<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Charlotte Phebe Post</title>
	<atom:link href="http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.charlotte-post.nl</link>
	<description>Wetenschapsjournalistiek</description>
	<lastBuildDate>Tue, 21 May 2013 12:47:41 +0000</lastBuildDate>
	<language>en-US</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>Troost</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=470</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=470#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 May 2013 10:00:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Columns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=470</guid>
		<description><![CDATA[Het is een feit dat velen van ons wel eens getroost zijn door hun hond; alleen al het aaien van een hond verlaagt de bloeddruk en brengt de hartslag omlaag. Niemand twijfelt eraan dat de aanwezigheid van een geliefde viervoeter invloed heeft op onze emoties en dit kan dus ook een troostend effect hebben. Maar [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: small;">Het is een feit dat velen van ons wel eens getroost zijn door hun hond; alleen al het aaien van een hond verlaagt de bloeddruk en brengt de hartslag omlaag. Niemand twijfelt eraan dat de aanwezigheid van een geliefde viervoeter invloed heeft op onze emoties en dit kan dus ook een troostend effect hebben. </span></p>
<p><span style="font-size: small;">Maar wat gaat er nu precies om in het hoofd van de hond, als hij bij je kruipt als je verdrietig bent, de tranen van je gezicht likt en je diep in de ogen kijkt? Kunnen zij zich daadwerkelijk voorstellen hoe we ons voelen? </span></p>
<p><span style="font-size: small;">Empathie, ofwel inlevingsvermogen, vereist dat iemand over een zogenaamde ´theory of mind´ beschikt. Deze psychologische term houdt in dat je in staat bent je te verplaatsen in anderen en de wereld vanuit hun perspectief te zien. </span>Hiervoor is het nodig dat je beseft dat een ander individu een eigen denkwereld heeft. Dat klinkt misschien heel logisch maar kinderen ontdekken dit meestal pas rond hun vierde jaar. Op jongere leeftijd <span style="font-size: small;">denken ze nog dat alles wat zij zien en ervaren hetzelfde is als wat iedereen ervaart. Dit is tevens de verklaring voor het verschijnsel dat jonge kinderen soms hun handen voor hun ogen slaan als ze verstoppertje spelen; zij beseffen zich niet dat hoewel </span><span style="font-size: small;"><i>zij </i></span><span style="font-size: small;">niet kunnen zien, een </span><span style="font-size: small;"><i>ander</i></span><span style="font-size: small;"> dat altijd nog wel kan. </span></p>
<p><span style="font-size: small;">Hoewel er op wetenschappelijk gebied nog weinig bekend is over de aanwezigheid van een ´theory of mind´ bij honden, zijn er wel enkele onderzoeksresultaten die suggereren dat de capaciteit in ieder geval aanwezig is. Bij dit experiment, uitgevoerd door de wetenschapper Josep Call, werd er een brokje op de grond gelegd en kreeg een hond op strenge toon te horen dat hij er niet aan mocht komen. Wanneer de persoon die dit zei vervolgens de ruimte verliet, aten de meeste honden het brokje snel op. Als de persoon echter in het vertrek bleef en naar de hond bleef kijken, was de kans dat de hond het brokje zou pakken aanzienlijk kleiner. De honden die </span><span style="font-size: small;"><i>wel </i></span><span style="font-size: small;">probeerden het brokje in deze situatie te pakken, deden dit op een zo stiekem mogelijke manier. </span></p>
<p><span style="font-size: small;">Heel opvallend was dat honden het ook in de gaten hadden als de persoon zijn ogen dicht deed, of met zijn rug naar hen toe ging staan. Ze waren dan veel sneller geneigd het snoepje vlug te verorberen. Hieruit valt op te maken dat honden begrijpen waar mensen op een bepaald moment naartoe kijken. Daarnaast kunnen zij, door iemand heel goed in de gaten te houden, inschatten waar deze persoon zijn aandacht op gericht zal houden. Deze resultaten lijken er op te wijzen dat honden zich inderdaad in het perspectief van een ander kunnen verplaatsen. In de toekomst zullen we ongetwijfeld veel meer te weten komen over dit onderwerp. Tot die tijd denk ik dat het geen kwaad kan te stellen dat onze honden ons heel goed aanvoelen. Ze zullen misschien niet weten wat er </span><span style="font-size: small;"><i>precies</i></span><span style="font-size: small;"> in ons omgaat, maar ik weet zeker dat ze onze stemming prima kunnen peilen en zich een voorstelling kunnen maken van onze gevoelens. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat het troostende gedrag wat veel honden vertonen als we verdrietig zijn bewust plaatsvindt. Honden zijn voor veel mensen echt hun steun en toeverlaat. Ze worden niet voor niets de beste vriend van de mens genoemd! </span></p>
<p>Zie ook: Empathic-like responding by domestic dogs (<em>Canis familiaris</em>) to distress in humans: an exploratory study http://link.springer.com/article/10.1007/s10071-012-0510-1</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D470&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=470</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van Groot naar Klein; is een Chihuahua niet klein genoeg?</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=454</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=454#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 24 Mar 2013 09:09:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Articles]]></category>
		<category><![CDATA[australian shepherd]]></category>
		<category><![CDATA[chihuahua]]></category>
		<category><![CDATA[designer dog]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[mini]]></category>
		<category><![CDATA[mini aussie]]></category>
		<category><![CDATA[teacup]]></category>
		<category><![CDATA[toy]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=454</guid>
		<description><![CDATA[Het lijkt een tendens te worden om bestaande rassen van normaal formaat op dusdanige wijze te fokken dat zij steeds kleiner worden; de toy&#8217;s en de mini&#8217;s worden steeds populairder. Er zijn nu zelfs zogenaamde &#8216;Teacup&#8217; hondjes te koop, al blijkt daar wel heel veel mis mee te zijn. Tevens wordt het fokken van deze [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><em>Het lijkt een tendens te worden om bestaande rassen van normaal formaat op dusdanige wijze te fokken dat zij steeds kleiner worden; de toy&#8217;s en de mini&#8217;s worden steeds populairder. Er zijn nu zelfs zogenaamde &#8216;Teacup&#8217; hondjes te koop, al blijkt daar wel heel veel mis mee te zijn. Tevens wordt het fokken van deze teacups in direct verband gebracht met een hele nare vorm van broodfok. Hoe zit het dan eigenlijk met de gezondheid van de toy en de mini? En wat is nu precies het verschil tussen deze verschillende ras-verkleiningen? </em></p>
<p>Tijdens mijn zoektocht naar meer informatie over dit onderwerp kwam ik veel tegenstrijdige zaken tegen; de één beweert zus, de ander zo. Ik heb getracht in dit artikel een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld te schetsen. Zeker in het kader van de gezondheid van deze kleine dieren is het belangrijk om erachter te komen in hoeverre het kleiner fokken negatieve gevolgen heeft.</p>
<p>Om te beginnen zal ik wat misverstanden omtrent het begrip &#8216;Toy&#8217; uit de weg proberen te nemen. Deze term heeft betrekking op verschillende types honden maar er wordt altijd een (zeer) kleine hond mee bedoelt. De American Kennel Club (AKC) heeft de bestaande rassen – net als andere kynologische organisaties – ingedeeld in verschillende rasgroepen, waarvan de &#8216;toy group&#8217; er één is. Deze groep komt voor een groot deel overeen met de rasgroep &#8216;gezelschapshonden&#8217; van de Raad van Beheer. In deze groepen zitten dus rashonden die van nature (hoewel dit natuurlijk ook een rekbaar begrip is) erg klein zijn. Op de website van de Raad van Beheer staat over deze honden onder andere het volgende: “&#8230;.ze willen de mens plezieren als aangenaam gezelschap. De meeste mensen willen gewoon een leuke kameraad. Gezelschapshonden zijn specialisten op dat gebied. Ze zijn allemaal van bescheiden afmetingen. Hun karakter daarentegen is vaak groots.” Enkele voorbeelden van honden die in deze groep voorkomen zijn de Bolognezer, de Boston Terrier, de Chihuahua, de Mopshond, de Pekingees, de Shih Tzu, de Lhasa Apso, het Markiesje en de Toypoedel. In het laatste geval is &#8216;toy&#8217; dus niets meer dan een benaming voor een klein formaat poedel; deze hondjes wegen ongeveer 3 tot 6 kilogram en worden gemiddeld 25 centimeter hoog.</p>
<p>Kleine honden zijn altijd al populair geweest; in vroeger tijden werden zij alleen gehouden door de allerrijksten en werden zij aldus gezien als statussymbool(tjes). Oorspronkelijk zijn zij dan ook ontwikkeld door de aristocratie. De kans is groot dat u op oude schilderijen of tekeningen wel eens een belangrijke vorst of vorstin afgebeeld heeft zien staan met een klein hondje op schoot. Het behoeft geen uitleg dat deze kleine diertjes vaak schandalig werden verwend.</p>
<p>Tot op de dag van vandaag lijkt men een zwak te hebben voor honden van bescheiden formaat. Hoe kleiner, hoe fijner. Vanzelfsprekend speelt de markt hier handig op in; er zijn allerlei speciale tasjes, jasjes, buggy&#8217;s, kledingstukken en sieraden verkrijgbaar voor de allerkleinste (mode)hond. Het is alsof sommige hondjes worden gezien als kind dat voor eeuwig in de babytijd is blijven hangen. Men lijkt haast wel op zoek te zijn naar een vervanging voor de poppen, Barbies en My Little Ponies waar we vroeger zo dikwijls mee speelden. Sommige mensen zien deze dieren geeneens meer als de gewone honden die zij toch echt nog zijn; er zijn bijvoorbeeld genoeg die hun Chihuahua voor het gemak leren hun behoefte op de kattenbak te doen zodat zij niet met deze hondjes naar buiten hoeven voor een wandeling.</p>
<p><strong>Mini Aussie</strong><br />
Dit verschijnsel is ook binnen de fokkerswereld niet onopgemerkt gebleven, al zijn er ook rassen die op min of meer natuurlijke wijze een kleiner familielid erbij hebben gekregen. Zo is er bijvoorbeeld de Mini Australian Shepherd, ook wel Mini Aussie of Noord Amerikaanse Shepherd genoemd. De Mini Aussie is dus geen nieuw ras maar een variëteit van de al bestaande Australian Shepherd. Hij behoort hetzelfde bloed en hetzelfde DNA als zijn grotere broer te hebben; het is dezelfde hond in een kleinere verpakking. Hij wordt overigens niet erkend als een op zichzelf staand ras, al worden er in Amerika wel pogingen ondernomen om dit wel voor elkaar te krijgen. De Mini Aussie is eigenlijk bij toeval ontstaan; in de nesten van de standaard Aussie kwamen zo nu en dan kleinere pups voor. De eigenaren hadden hier geen problemen mee, aangezien zij de honden voor het werk hadden en dus meer selecteerden op de werkeigenschappen dan op formaat of uiterlijk. Later ging men zich uit praktische overwegingen wat meer toeleggen op het fokken met de kleinere exemplaren. Deze honden werden uiteindelijk gemakshalve Mini Aussie genoemd.<br />
De Mini Aussie kan wat gezondheid betreft dezelfde problemen kan hebben als zijn grote broer. Het &#8216;ras&#8217; is dus niet zieker of ongezonder geworden!</p>
<p><strong>De Designer Dog</strong><br />
Het alsmaar kleiner fokken lijkt gelijk te lopen met de opkomst van de &#8216;designer dog&#8217;. Deze hond is een kruising tussen twee zuivere hondenrassen; een trend die is komen overwaaien vanuit de Verenigde Staten. Zo bent u waarschijnlijk al wel bekend met de Labradoodle, een kruising tussen een Labrador en een Poedel. Er zijn echter nog vele, vele andere kruisingen bekend. Om maar een paar namen te noemen: Yorkipoo, Pomapoo, Cocker-A-Tzu, Rottador, Puggle, Shorkie, Schnoodle en Borderjack. Zelf had ik laatst het genoegen kennis te maken met een kruising tussen een Labrador en een Berner Sennen (Labernese of Boulab genoemd). Volgens de eigenaar had de fokker verteld dat deze kruisingen heel normaal waren en zeer dikwijls voorkwamen.<br />
Overigens zijn deze &#8216;hybriden&#8217; niet bepaald goedkoop. De meeste fokkers zijn zich heel goed bewust van de populariteit van deze trendy dieren en drijven de prijs het liefs zoveel mogelijk op. De honden worden veelal aangeprezen als de ideale gezinshond die het beste van beide ouders in zich verenigt, terwijl er in feite nog maar heel weinig bekend is over hoe de karakters zich daadwerkelijk ontwikkelen. Zij verenigen immers niet alleen de beste eigenschappen van hun ouders, maar ook de slechtste. Al zal men daar niet zo snel mee adverteren.<br />
Natuurlijk zijn er ook verantwoordelijke fokkers die ervoor zorgen dat hun kruising zo min mogelijk gezondheidsproblemen kent en inderdaad een goed en betrouwbaar karakter ontwikkelt. Zij zoeken de ouderdieren zorgvuldig uit en testen deze op bepaalde afwijkingen. Er zijn echter teveel mensen die een slaatje willen slaan uit dit modeverschijnsel, met alle gevolgen van dien.</p>
<p><strong>Teacup en consorten</strong><br />
Zoals gezegd loopt de opkomst van de designer dog min of meer gelijk met de trend om van een bestaand ras steeds kleinere exemplaren te fokken. Zolang er vraag is naar een bepaalde hond, zullen mensen proberen daaraan te voldoen. En ja, er is nu eenmaal vraag naar mini&#8217;s, toy&#8217;s en teacups. U leest het goed: teacups. Alsof het allemaal al nog niet klein genoeg was, schijnen er nu zelfs hondjes gefokt te worden die zo klein zijn dat ze in een theekopje passen. Helaas zijn deze diertjes vaak het slachtoffer van een ernstige vorm van broodfok; ze zijn prematuur geboren en hebben allerlei gezondheidsproblemen zoals waterhoofdjes, open fontanelletjes, uitpuilende darmen, problemen met de bloedsuikerspiegel, dunne en zwakke botjes, enzovoort. Er wordt zelfs beweerd dat zij voor de verkoop wat suikerwater krijgen toegediend om ze wat energieker te doen lijken. Eenmaal thuis aangekomen, beginnen dan de echte problemen. De levensverwachting van deze diertjes bedraagt slechts drie tot vier jaar. De kans dat de moederhond de bevalling niet overleeft als zij minder weegt dan twee kilo is overigens ook nog eens zeer groot.</p>
<p>De echte teacup komt gelukkig (nog?) niet zo veel voor. Soms is het gewoon een marketing truc van de betreffende fokker; het label &#8216;teacup&#8217; trekt immers toch een hoop mensen aan. Op sommige websites wordt het bestaan van de teacup zelfs helemaal ontkend maar na het doorspitten van alle informatie ontkom ik niet aan de indruk dat er echt mensen zijn die honden op deze manier fokken. Dit gebeurt dan dikwijls in de zogenaamde puppyfabrieken of in een schuurtje achteraf. Te schandalig voor woorden. Aan de mensen die de aanschaf van een dergelijk hondje serieus overwegen, zou ik graag eens willen vragen: “Is een Chihuahua nu echt nog niet klein genoeg?”</p>
<p>Ik kan helaas niet anders dan concluderen dat ook de zogenaamde toy&#8217;s en mini&#8217;s eigenlijk niets meer zijn dan onnatuurlijke verkleiningen – en in het geval van de teacup verdwergingen – van een bestaand ras. Ik heb het hier dus niet over de officieel erkende rassen zoals de Toypoedel maar echt over de honden die deze termen lukraak voor hun normale rasnaam geplakt krijgen. De honden die op natuurlijke wijze verkleind zijn, zoals de hierboven beschreven Mini Aussie, vormen hierop in principe een uitzondering. Ik gebruik hier heel bewust de woorden &#8216;in principe&#8217; omdat er ook bij dit &#8216;ras&#8217; fokkers zijn die het allemaal niet zo nauw nemen. De meeste websites zien er ontzettend betrouwbaar uit en de verhalen die erop staan, spreken vaak enorm tot de verbeelding. Achter de schermen kan het er echter heel anders aan toe gaan; om een lekkere kleine Aussie te krijgen, wordt er simpelweg Papillon (vlinderhondje) of Chihuahua ingekruist.<br />
Over het algemeen geldt hetzelfde voor de vele andere verkleiningen die er op de markt zijn, of dat nu een toy of een mini is (een toy is meestal weer iets kleiner dan een mini). Al zijn er, nogmaals, heus wel goede en betrouwbare fokkers. Het is daarom heel belangrijk dat u zich goed oriënteert voor u besluit een dergelijke hond aan te schaffen. Daarbij moet u zich misschien bedenken of u niet beter voor een zuiver ras kunt kiezen dat van nature klein van stuk is.</p>
<p><strong>Gezondheid</strong><br />
De gezondheid van deze kleine dieren laat door slechte fokkerspraktijken nog al eens te wensen over. Door het inkruisen van verschillende rassen en het fokken met de allerkleinsten – en vaak zwaksten – ontstaan er allerlei problemen waarvan ik er hierboven al enkele beschreven heb. Denk echter ook aan te bolle ogen, te kleine hoofden in verhouding tot de hersenen, geboorteproblemen, patella luxatie (loszittende knieschijf), hypoglycemie (glucose tekort), hartruis, gebitsproblemen, vergroeiingen, Portosystemische Shunt (PSS), dichtgeklapte luchtpijp en andere luchtwegaandoeningen. Deze problemen komen in meer of mindere mate ook voor bij de normale toy rassen; de rassen in de groep &#8216;gezelschapshonden&#8217;. Naarmate men de honden kleiner fokt, zullen de problemen zich echter ophopen en verergeren.<br />
Alsof dit allemaal nog niet genoeg is, zijn deze kleine diertjes ook nog eens erg fragiel en breekbaar. Ik denk dat u zich wel kan bedenken wat er gebeurt als zo&#8217;n hondje van de bank valt, of als er een kind bovenop duikt.</p>
<p>Wees wijs en denk goed na voor u verliefd wordt op zo&#8217;n schattig klein hondje. En als het dan toch moet, kies de fokker dan met zeer veel zorg uit.</p>
<p>“Hoe kleiner hoe fijner?” Lang niet altijd.</p>
<p><a href="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2013/03/showgirl-1.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-466" alt="Mini Aussie" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2013/03/showgirl-1-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Foto: Sijke de Vries</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D454&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=454</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Stress bij Honden&#8221; &#8211; Martina Nagel en Clarissa van Reinhardt</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=444</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=444#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jan 2013 10:14:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Book Reviews]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=444</guid>
		<description><![CDATA[“Stress bij Honden” is uit het Duits vertaald door Marleen Schmets van hondenschool Natural Dog Life, tevens een holistische praktijk voor het natuurlijk herstel van de balans tussen mens en hond. De daadwerkelijke auteurs zijn Martina Nagel en Clarissa van Reinhardt. Eerstgenoemde is farmacoloog en eigenaresse van een apotheek. Daarnaast houdt zij zich bezig met [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>“Stress bij Honden” is uit het Duits vertaald door Marleen Schmets van hondenschool <i>Natural Dog Life</i>, tevens een holistische praktijk voor het natuurlijk herstel van de balans tussen mens en hond. De daadwerkelijke auteurs zijn Martina Nagel en Clarissa van Reinhardt. Eerstgenoemde is farmacoloog en eigenaresse van een apotheek. Daarnaast houdt zij zich bezig met het opvoeden van honden. Tijdens het volgen van een instructeursopleiding van de bekende Noorse hondentrainster Turid Rugaas werd haar belangstelling gewekt voor het thema stress bij honden. Clarissa van Reinhardt is al lange tijd eigenaresse van hondenschool <i>Animal Learn</i> in Duitsland. Zij is gespecialiseerd in het werken met honden die probleemgedrag vertonen. Hierbij viel het haar op dat stress vaak ten grondslag lag aan deze gedragingen. Samen hebben zij de handen ineengeslagen om dit onderwerp in boekvorm te gieten. Voor me ligt de tweede druk; een handige paperbackuitgave vol foto&#8217;s en tekeningen. Het boek belooft uitgebreid in te gaan op de oorzaken en gevolgen van stress bij de hond. Tevens wordt besproken hoe u deze stress kunt voorkomen hoe u er het beste mee om kunt gaan als de hond al symptomen van stress vertoont.</p>
<p>Als eerste wordt het begrip &#8216;stress&#8217; nader gedefinieerd. Hoewel dit misschien erg logisch lijkt, vergeten veel auteurs nog wel eens precies uit te leggen welke betekenis zij meegeven aan een bepaald onderwerp. Dit kan bij de lezer veel verwarring veroorzaken. Bij “Stress bij Honden” is dit dus gelukkig niet aan de orde en is vanaf het begin duidelijk wat de auteurs bedoelen als zij het over stress hebben. Vervolgens wordt de fysiologie van stress besproken alsmede het verschil tussen eustress en distress. Zeker geen onbelangrijk hoofdstuk; door meer inzicht in de hormonale en lichamelijke componenten van stress is men in staat een beter begrip te ontwikkelen omtrent de heftige invloed die stress op het lichaam kan hebben.</p>
<p>In de hierna volgende hoofdstukken worden de verschillende symptomen van stress en de factoren die stress kunnen veroorzaken uitgebreid behandeld. Een kleine greep uit de voorbeelden van stresssymptomen die genoemd worden: nervositeit, gebrek aan eetlust, hypersexualiteit en vernielzucht. De auteurs merken hierbij zeer terecht op dat elke gedraging altijd in een bredere context moet worden gezien; er kunnen immers ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen. Een minpunt vind ik het noemen van &#8216;kalmerende signalen&#8217; als stresssymptoom, zeker omdat er hierbij verder geen voorbeelden worden gegeven van deze signalen. Lang niet iedereen is op de hoogte van het werk van Turid Rugaas.</p>
<p>Het hoofdstuk over stress veroorzakende factoren vind ik zeer de moeite waard. Eigenlijk zou elke hondeneigenaar dit gelezen moeten hebben. Het zet aan tot nadenken en maakt ons bewust van de dingen die onze hond als stressvol zou kunnen ervaren. Denk bijvoorbeeld aan slaaptekort, onduidelijke verwachtingspatronen, speelgroepen voor puppy&#8217;s, verschillende soorten hondensporten, enzovoort. Hoewel alles slechts kort besproken wordt, weten de auteurs hun punt toch zeker te maken. Na deze hoofdstukken komt de stress-enquête die de auteurs hebben afgenomen onder verschillende hondeneigenaren aan bod. Het is erg interessant de vragen en de uitkomsten door te nemen, vooral omdat er een aantal verrassende resultaten naar voren komen.</p>
<p>Het boek sluit af met het door Nagel en Van Reinhardt opgestelde “Anti-Stress-Programma” (ASP). Aan de hand van enkele casussen uit de eigen praktijk laten de auteurs zien dat er niet zoiets bestaat als een standaard programma dat ervoor zorgt dat een hond ontstresst raakt. Wederom benadrukken zij dat zaken als leefomstandigheden, leeftijd en socialisatie een hele belangrijke rol spelen bij het oplossen van het probleem; er dient altijd zorgvuldig gekeken te worden naar de individuele hond. Men moet dus niet verwachten dat er in dit boek kant-en-klare oplossingen geboden worden. Maar door mensen bewust te laten worden van het feit dat een probleem zich vaak binnen een bredere context afspeelt en hen aan het nadenken te zetten over de manier waarop zij met hun hond omgaan, is de helft soms al gewonnen.</p>
<address>Stress bij Honden</address>
<address>Oorspr. Titel: Stress bei Hunden</address>
<address>Martina Nagel en Clarissa van Reinhardt</address>
<address>136 pagina&#8217;s</address>
<address>Uitgeverij Boekenplan</address>
<address>ISBN 978 90 8666 255 5</address>
<address>€ 23,50</address>
<address> </address>
<address><a href="http://www.charlotte-post.nl/?attachment_id=446" rel="attachment wp-att-446"><img class="alignleft size-medium wp-image-446" alt="Omslag_Stress_v_honden__45574_zoom" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2013/01/Omslag_Stress_v_honden__45574_zoom-210x300.jpg" width="210" height="300" /></a></address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<address> </address>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D444&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=444</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hondentuig of Halsband?</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=442</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=442#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jan 2013 10:10:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Articles]]></category>
		<category><![CDATA[borsttuig]]></category>
		<category><![CDATA[chiari]]></category>
		<category><![CDATA[comfort]]></category>
		<category><![CDATA[glaucoom]]></category>
		<category><![CDATA[halsband]]></category>
		<category><![CDATA[hondentuig]]></category>
		<category><![CDATA[hoornvliezen]]></category>
		<category><![CDATA[nekhernia]]></category>
		<category><![CDATA[oogdruk]]></category>
		<category><![CDATA[trekken]]></category>
		<category><![CDATA[tuig]]></category>
		<category><![CDATA[veiligheid]]></category>
		<category><![CDATA[wobbler]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=442</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn tegenwoordig zoveel verschillende halsbanden en tuigen voor de hond dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Het is natuurlijk wél heel leuk, al die kleurtjes, materialen en decoraties; er is werkelijk voor ieder wat wils (al is het de vraag of de honden daar hetzelfde over denken). Qua populariteit [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>Er zijn tegenwoordig zoveel verschillende halsbanden en tuigen voor de hond dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Het is natuurlijk wél heel leuk, al die kleurtjes, materialen en decoraties; er is werkelijk voor ieder wat wils (al is het de vraag of de honden daar hetzelfde over denken). Qua populariteit lijkt het hondentuig een voorsprong te nemen; steeds meer mensen kiezen voor een borsttuig in plaats van een halsband. Is hier nu sprake van een modetrend en is uiterlijk belangrijker geworden dan functionaliteit, of speelt er misschien meer mee? Zou het sowieso beter zijn een tuig te gebruiken dan een halsband?</em> </strong></p>
<p>De halsband geniet al heel lang grote populariteit en wordt het meest gebruikt tijdens het trainen of uitlaten van de hond. Hierbij is het trekken aan de lijn echter een vervelend en veelvoorkomend probleem. Het is niet alleen belastend voor de eigenaar maar ook voor de hond zelf, denk bijvoorbeeld alleen al aan de druk op de luchtpijp die hierdoor ontstaat. Het is dan ook niet echt verwonderlijk dat een tuig ook op het gebied van de gezondheid en de lichamelijke gesteldheid toch een behoorlijke voorkeur lijkt te genieten. Een goed zittend (!) borsttuig ontlast de halswervelkolom enorm en indien het nodig is om druk uit te oefenen wordt deze in ieder geval evenredig verdeeld over de gehele borstkas.</p>
<p>Er wordt dikwijls beweerd dat een tuig het trekken aan de lijn juist in de hand werkt. In de praktijk blijkt dit echter reuze mee te vallen. Of men nu een tuig of een halsband gebruikt; er zal altijd goed getraind moeten worden op het niet trekken aan de lijn! Daarnaast zijn sommigen juist van mening dat een hond met een borsttuig in feite makkelijker in te tomen is vanwege het verlegde zwaartepunt. Tot slot wordt ook wel opgemerkt dat een borsttuig de hond meer het gevoel van vrij lopen geeft en dat hij daardoor beter in staat is met andere honden te &#8220;communiceren&#8221;. Dit zou het uitvallen aan de lijn tegengaan.</p>
<p><b>Effect op de oogdruk </b></p>
<p>In 2006 is er een zeer interessant onderzoek verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift “Journal of the American Animal Hospital Association” getiteld “<i>Effects of the Application of Neck Pressure by a Collar of Harness on Intraocular Pressure</i>”. Hierin werd er gekeken naar de gevolgen die het gebruik van een tuig of halsband hadden op de intra-oculaire druk van de holte achter het oog. Om het lezen te vergemakkelijken, zal ik het vanaf hier over &#8216;oogdruk&#8217; hebben. In eerste instantie klinkt het misschien een beetje raar dat een halsband of tuig effect kan hebben op de druk in het oog, maar als je er wat langer over nadenkt, is het eigenlijk helemaal zo gek nog niet; als een hond flink trekt, wordt de nek immers flink belast en dit heeft vervolgens weer effect op andere lichaamsdelen, waaronder dus de ogen. De hypothese van de onderzoekers was dat het gebruik van een tuig een kleinere verhoging in de oogdruk tot gevolg zou hebben dan een halsband.</p>
<p>Totaal werden er 26 honden (dus 51 ogen) getest. De samenstelling was als volgt: 12 Alaskan Malamutes, 8 Siberische Husky&#8217;s, 4 Amerikaanse Staffordshire Terriers, 1 Amerikaanse Cocker Spaniel en 1 Chinook. Er deden 13 reuen en 13 teven mee, de leeftijden varieerden van 1 tot 8,5 jaar en de gewichten van 13 tot 52 kilo. Elke hond was eerder getraind om op commando aan een touw te trekken als voorbereiding op het trekken van een slee. De halsbanden en tuigen voor iedere hond werden eerst zorgvuldig uitgezocht en gepast. Er werden geen sliphalsbanden of slipkettingen gebruikt. De verdere technische aspecten en details zijn misschien niet zo heel interessant om te vermelden, daarom zal ik direct doorgaan naar de conclusies van het onderzoek. Deze zijn veelzeggend en misschien zelfs opzienbarend: de oogdruk week significant van het basisniveau af wanneer er druk op de nek werd uitgeoefend via een aan de halsband bevestigde lijn. Dit was echter niet het geval wanneer de lijn vast zat aan het tuig! Op basis van deze resultaten raden de onderzoekers aan geen halsband te gebruiken bij honden die zwakke of dunne hoornvliezen hebben, glaucoom (&#8216;groene staar&#8217;) hebben, of enige andere aandoening waarbij een verhoogde oogdruk schadelijke gevolgen kan hebben. Dit geldt vooral tijdens actieve en sportieve bezigheden.</p>
<p>Een ander opmerkelijk resultaat heeft te maken met de ontdekking dat enkele van de honden die specifiek waren gefokt om objecten te trekken iets beter bestand leken te zijn tegen een verhoging in de oogdruk. Bij een paar van de Siberische Husky&#8217;s bleek de druk zelfs iets af te nemen! Volgens de onderzoekers zou dit te maken kunnen hebben met de houding die dit soort honden aannemen op het moment dat zij iets moeten gaan trekken (of wanneer er aan hen getrokken wordt via een lijn); de Alaskan Malamutes en Husky&#8217;s verlagen vaak hun hele lichaam. Daarbij lijken zij zich ook daadwerkelijk schrap te zetten en hun schouders als het ware voor te bereiden op de komende taak.</p>
<p>Dit soort onderzoeksresultaten laten ons zien dat het best belangrijk is dat we goed nadenken over de keuze voor een tuig of een halsband. Enkele andere medische aandoeningen en aspecten waar we in dit kader rekening mee moeten houden zijn: nekhernia, Chiari-lijkende malformatie (aangeboren afwijkende ligging van de hersenen, zoals wel bij de Cavalier King Charles Spaniel voorkomt), ingeklapte luchtpijp, Wobbler Syndroom en hydrocefalus (water op de hersenen of waterhoofd). Maar denk bijvoorbeeld ook aan chondrodystrofe rassen; honden die bewust zijn gefokt op de eigenschap van dwerggroei, zoals de Franse Bulldog. In al deze gevallen kan men beter een tuig te gebruiken.</p>
<p>Indien u besluit voor een borsttuig te kiezen, let er dan op dat deze goed past. Het tuig moet als geheel bij het postuur van de hond passen zonder dat de riemen te breed lijken of dat het een idee van een rolmops oproept. Tijdens het wandelen mag het tuig niet schuren of irriteren; het mag dus niet te strak zitten. Te los is echter ook weer niet goed omdat de poten van de hond er tijdens het lopen in verstrengeld zouden kunnen raken.</p>
<p>Dus bedenk ten alle tijden: het uiterlijk is leuk en belangrijk, maar comfort, veiligheid en gezondheid staan absoluut voorop!</p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D442&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=442</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Imitatie bij Honden. Apen honden ons na?</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=436</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=436#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jan 2013 10:01:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Articles]]></category>
		<category><![CDATA[concept training]]></category>
		<category><![CDATA[concepten]]></category>
		<category><![CDATA[concepts]]></category>
		<category><![CDATA[Dogs]]></category>
		<category><![CDATA[honden]]></category>
		<category><![CDATA[imitatie]]></category>
		<category><![CDATA[imitation]]></category>
		<category><![CDATA[Miklosi]]></category>
		<category><![CDATA[Mirror Neurons]]></category>
		<category><![CDATA[Philip]]></category>
		<category><![CDATA[spiegelneuronen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=436</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Imitatie is een lastig en controversieel begrip. Voor sommigen is het niets meer dan een simpel trucje waarmee iemand bij het oplossen van een probleem tijd en energie kan besparen door de oplossing af te kijken en te &#8216;stelen&#8217; van een meer ervaren iemand. Voor anderen is imitatie een van de meest ontwikkelde cognitieve [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><strong><em>Imitatie is een lastig en controversieel begrip. Voor sommigen is het niets meer dan een simpel trucje waarmee iemand bij het oplossen van een probleem tijd en energie kan besparen door de oplossing af te kijken en te &#8216;stelen&#8217; van een meer ervaren iemand. Voor anderen is imitatie een van de meest ontwikkelde cognitieve vermogens; een toeschouwer of waarnemer verzamelt informatie over nieuwe technieken terwijl hij op hetzelfde moment allerlei afwegingen moet maken over de effectiviteit van de methodes die hij observeert, de beperkingen die een bepaalde situatie met zich meebrengt én de intenties en het doel van degene die de handelingen uitvoert.</em> </strong></p>
<p>Het maakt het beantwoorden van de vraag of dieren ook beschikken over het vermogen om te imiteren er niet makkelijker op. Daarnaast zijn er vaak alternatieve verklaringen te geven voor gedrag dat in eerste instantie als imitatie benoemd wordt. Hoe het ook precies gedefinieerd wordt, ware imitatie duidt wel degelijk op een goed ontwikkeld cognitief vermogen. Wij denken er vaak niet zoveel over na omdat het voor ons heel natuurlijk is om anderen te imiteren, we doen het eigenlijk automatisch. Toch is het echt niet zo simpel als het lijkt. Het vereist namelijk niet alleen het observeren van andermans gedrag maar ook het vertalen en kopiëren hiervan naar het eigen gedrag, oftewel het omzetten van handelingen van anderen in eigen handelingen. Bijvoorbeeld: bij het observeren van iemand die een potlood oppakt, moet je brein in staat zijn om de connectie te maken tussen zijn arm en jouw arm. Anders gezegd, je moet een idee hebben van het concept &#8216;arm&#8217;. Dit is niet iets dat voor veel dieren vanzelfsprekend is of deel uitmaakt van het al aanwezige, natuurlijke gedragsrepertoire. Gelukkig zijn er op het gebied van het imitatievermogen van de hond verschillende interessante onderzoeken gedaan, waardoor het mogelijk is daar in ieder geval enkele uitspraken over te doen.</p>
<p>In dit artikel gaat het vooral om het vermogen van de hond om mensen te imiteren. Dat honden elkaar imiteren, staat eigenlijk wel vast, al is dit natuurlijk wel weer afhankelijk van de definitie die gehanteerd wordt. Een vorm van het imiteren van soortgenoten is leren door observatie of &#8216;sociaal leren&#8217;. Denk bijvoorbeeld aan een pup die bepaalde dingen leert door het gedrag van een volwassen, meer ervaren hond te observeren en vervolgens te imiteren. Ook tijdens het onderlinge spel van honden kan men allerlei vormen van imitatie waarnemen, zoals het gebruik van de spelboog. Op die manier is imitatie dus eigenlijk een heel nuttig mechanisme; het maakt dat een hond zich succesvol aanpast aan zijn omgeving. In het wild is dit zelfs een belangrijke overlevingsstrategie omdat een dier niet eerst zelf allerlei gedragingen hoeft uit te proberen (&#8216;trial and error&#8217;) en zo veel risico loopt gewond te raken of te overlijden. Er is nog niet zo heel veel onderzoek gedaan naar de manieren waarop honden mensen imiteren maar het is in dit kader zeker de moeite waard om iets te vertellen over de resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd door, onder anderen, de Hongaarse etholoog Ádám Miklósi. Hierbij werd er zelfs gekeken of een hond in staat is het <i>concept </i>imitatie te begrijpen. Hieronder zal duidelijk worden wat daarmee bedoeld wordt.</p>
<p>Samen met enkele andere wetenschappers werkte Miklósi met de vier jaar oude Tervuerense Herder Philip. Deze hond was vanaf een jonge leeftijd als hulphond opgeleid voor zijn gehandicapte eigenaar. Hij kon deuren open, voorwerpen op commando oppakken, lichten uit of aan doen, enzovoort. De onderzoekers vroegen zich af of hij deze handelingen niet alleen op commando kon uitvoeren maar ook nadat hij iemand anders zelf de handeling had zien uitvoeren. Zo trainde men hem bijvoorbeeld zich om te draaien als reactie op het draaien van de persoon die hij op dat moment observeerde. Op deze manier leerde Philip uiteindelijk negen verschillende handelingen uit te voeren die overeenkwamen met de gedragingen van de persoon waar hij mee aan het werk was. Deze negen acties waren: &#8216;Buig&#8217;, &#8216;Ga liggen&#8217;, &#8216;Spring erover&#8217;, &#8216;Draai om&#8217;, &#8216;Spring in de lucht&#8217; (hierbij hoefde de hond alleen zijn voorpoten op te tillen), &#8216;Blaf&#8217;, &#8216;Doe de fles in de doos&#8217;, &#8216;Breng de fles naar eigenaar&#8217; en &#8216;Beweeg een horizontaal geplaatste stok&#8217;. Aan het begin van elke trainingssessie werd de hond gevraagd te gaan zitten en naar de trainer te luisteren (&#8216;Philip, let op&#8217;). Vervolgens voerde de trainer een van bovengenoemde handelingen uit, waarna de hond gevraagd werd deze handeling te imiteren door middel van het commando &#8216;Doe het!&#8217;. Na tien wekelijkse trainingssessies was Philip in staan om in 72% van de gevallen de gevraagde actie of handeling op correcte wijze te imiteren. Dit is een veel hoger percentage dan wat men alleen op basis van toeval zou verwachten.</p>
<p>Tevens werd er onderzocht wat de hond zou doen als hij een mens een nieuwe, volledig ongewone en ongetrainde handeling zag uitvoeren, zoals het duwen van een schommel, het gooien van een fles of het verplaatsen van een schoen. Ook hier leek Philip te begrijpen wat de bedoeling was en een idee te hebben van het concept imitatie. Hij wist zelfs zijn lichaam af te stemmen op dat van de mens; bij het weggooien van een fles gebruikte hij zijn mond (de mens had de hand gebruikt) en bij het duwen van de schommel gebruikte hij zijn snuit. Hiermee geeft hij aan de intentie, oftewel het <i>doel </i>van de handeling te begrijpen en bootst hij dus niet klakkeloos iets na. Natuurlijk zitten er wel wat haken en ogen aan dit soort experimenten, alleen al vanwege de problemen bij de definiëring van het begrip imitatie. Critici hebben er dan ook aardig wat kanttekeningen bij geplaatst. De resultaten suggereren echter dat honden ten minste een basisbegrip hebben van het concept imitatie maar toekomstig onderzoek zal hopelijk meer duidelijkheid brengen. Ádám Miklósi zal volgend jaar in ieder geval met nieuwe resultaten naar buiten komen!</p>
<p><em>Speciale zenuwcellen in ons brein lijken een belangrijke rol te spelen bij het vermogen om te imiteren. Deze &#8216;spiegelneuronen&#8217; – in 1996 bij toeval ontdekt – zijn niet alleen actief als we een bepaalde handeling uitvoeren maar ook als we een ander dezelfde handeling alleen maar zien uitvoeren! Bij mensen zijn deze neuronen belangrijk bij het begrijpen van de intenties van anderen en bij het voelen van empathie, ze hebben dus een sterke sociale functie. Ook in het apenbrein zijn spiegelneuronen aanwezig. Hoe dit precies bij honden zit, is helaas nog niet bekend al zijn de experts van mening dat zij tenminste over een elementair systeem van spiegelneuronen moeten beschikken. De toekomst zal ons ongetwijfeld leren in hoeverre dit systeem overeenkomt met dat van de mens.</em></p>
<p><b>Verder lezen: </b></p>
<p><b>Onderzoek Miklósi:</b> J. Topal, R.W. Byrne, A. Miklósi, V. Csányi, &#8216;Reproducing human actions and action sequences: “Do as I Do!” in a dog&#8217;. Animal Cognition, 9, 355-367, 2006</p>
<p><a href="http://www.charlotte-post.nl/?attachment_id=439" rel="attachment wp-att-439"><img class="alignleft size-medium wp-image-439" alt="P1210730" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2013/01/P1210730-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D436&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=436</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Hij wil dat!&#8221; &#8211; Dorine Keijzer-Rijnhart</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=427</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=427#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2012 12:29:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Book Reviews]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=427</guid>
		<description><![CDATA[Dorine Keijzer-Rijnhart is hondengedragstherapeut (opleiding Dogvision) en eigenaresse van hondenschool &#8216;Nickita&#8217; te Capelle aan den IJssel. Op deze school worden voornamelijk privé lessen gegeven omdat Keijzer de individuele begeleiding hoog in het vaandel heeft staan. Het viel haar op dat zij tijdens de lessen veel dezelfde vragen kreeg van haar cliënten. Gaandeweg ontstond het idee [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>Dorine Keijzer-Rijnhart is hondengedragstherapeut (opleiding Dogvision) en eigenaresse van hondenschool &#8216;Nickita&#8217; te Capelle aan den IJssel. Op deze school worden voornamelijk privé lessen gegeven omdat Keijzer de individuele begeleiding hoog in het vaandel heeft staan. Het viel haar op dat zij tijdens de lessen veel dezelfde vragen kreeg van haar cliënten. Gaandeweg ontstond het idee om een boek te schrijven zodat zij deze vragen op een wat gerichtere manier zou kunnen beantwoorden. Daarnaast wilde zij laten zien dat het opvoeden van een pup echt niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.</p>
<p>Het doel van het boek is de hond op een menselijke manier weer te geven, zonder de hond daarbij teveel te vermenselijken. Volgens Keijzer zou iedereen op deze manier moeten kunnen leren op welke manier(en) men een hond laat gehoorzamen. De nadruk ligt hierbij op het werken met succes en beloning. Keijzer vertelt verder dat zij vaak een stuk begeleiding mist bij de overgang van de aanleerfase naar de beheersingsfase. Ook dit heeft zij trachten vorm te geven, zodat mensen via dit boek een duidelijke en beknopte handleiding hebben om elke fase van pup naar volwassen hond op de juiste manier te begeleiden. Het heeft vier jaar geduurd voor het boekje daadwerkelijk tot stand is gekomen. In mijn handen heb ik de eerste druk; helaas staat het vol met vervelende grammaticale fouten. Keijzer verzekert me echter dat dit in de tweede druk allemaal is rechtgezet. Het zou daarom flauw zijn hier nu al te lang op door te gaan.</p>
<p>“Hij wil dat!” is een compact boekje geworden; misschien wel té compact om het gehele opvoedproces van een pup te beschrijven, bedenk ik mij als ik het doorblader. Toch komt Keijzer best een eindje in de goede richting, al worden de verschillende onderwerpen natuurlijk maar kort besproken. De titelzin “Hij wil dat!” loopt als een rode draad door het boek; Keijzer wil hiermee aangeven dat een pup graag zijn zin doordrijft en dat het de bedoeling is dat men daar op zo&#8217;n moment niet aan toegeeft. Denk hierbij aan blaffen in de bench of trekken aan de lijn.</p>
<p>Het valt me op dat dit boek op een aantal punten wezenlijk verschilt van andere opvoedboeken voor pups. Zo is Keijzer bijvoorbeeld niet gesteld op het laten spelen van een pup met andere pups. Zij zouden hier namelijk niets van leren. Daarnaast is de auteur van mening dat er de &#8216;hondse puberteit&#8217; niet bestaat, al ontkent zij bepaalde veranderingen in de hormonale huishouding niet. Dit is helaas geen al te sterk hoofdstuk omdat zij haar beweringen totaal niet onderbouwd. Volgens Keijzer wordt de grijze massa in de hersenen tijdens de menselijke puberteit &#8216;geschud&#8217; en krijgt deze pas na de puberteit weer een plekje. Nu is het wel zo dat de verhouding tussen grijze en witte massa verandert in de puberteit maar dit lijkt mij niet hetzelfde als het schudden van de grijze massa. Het is jammer dat zij dit op deze manier beschrijft en zich daarbij niet baseert op feitelijke informatie. Ook de bewering dat een dergelijke reorganisatie bij honden achterwege blijft, zou ik eerst wel eens gestaafd willen zien door wetenschappelijk onderzoek.</p>
<p>Ik vind “Hij wil dat!” uiteindelijk een aardig boekje geworden, er staan zeker een paar belangrijke punten in en ook enkele stevige handvaten waar een beginnend hondeneigenaar zich aan kan vasthouden tijdens de opvoeding. Maar &#8216;onmisbaar in uw boekenkast&#8217;, zoals beweerd wordt in de tekst op de achterkant? Nee, dat nu ook weer niet.</p>
<address>Dorine Keijzer-Rijnhart</address>
<address>“Hij wil dat!”</address>
<address>ISBN 978-90-8759-283-7</address>
<address>90 pagina&#8217;s</address>
<address>€ 15,95</address>
<address>Verkrijgbaar via  <a href="http://www.nickita.nl">www.nickita.nl</a></address>
<address> </address>
<address><a href="http://www.charlotte-post.nl/?attachment_id=428" rel="attachment wp-att-428"><img class="alignleft size-medium wp-image-428" alt="RijnhartHijWilDat" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/12/RijnhartHijWilDat-214x300.jpg" width="214" height="300" /></a></address>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D427&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=427</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Hondenoog; evolutie en constructie</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=422</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=422#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2012 12:22:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Articles]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=422</guid>
		<description><![CDATA[De ogen van de hond roepen dikwijls vertedering op en geven aanleiding tot poëtische overpeinzingen. Zo zouden de ziel en de trouw van de hond weerspiegeld worden in zijn ogen en volgens sommigen is het hondenoog zelfs een spiegel van onze eigen, menselijke ziel. Ook het feit dat een schilderij of tekening van je trouwe [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>De ogen van de hond roepen dikwijls vertedering op en geven aanleiding tot poëtische overpeinzingen. Zo zouden de ziel en de trouw van de hond weerspiegeld worden in zijn ogen en volgens sommigen is het hondenoog zelfs een spiegel van onze eigen, menselijke ziel. Ook het feit dat een schilderij of tekening van je trouwe kameraad pas echt &#8216;af&#8217; is als de oogopslag op de juiste manier is weergegeven, is een voorbeeld van het bijzondere karakter van het oog. Daarnaast moet het mogelijk zijn de emotionele gemoedstoestand van de hond af te lezen aan de blik in zijn ogen. Er worden niet voor niets termen als &#8216;lief&#8217;, &#8216;smekend&#8217;, &#8216;blij&#8217; en &#8216;droevig&#8217; aan toegeschreven. Voor velen is het moeilijk deze blikken te weerstaan; ikzelf smelt in ieder geval regelmatig weg als ik in de schitterende bruine kijkers van mijn eigen honden staar. Soms lijkt het wel of we via de ogen een glimp op kunnen vangen van de betoverende, geheimzinnige wereld die er achter verborgen ligt.</p>
<p>Door ons op een bepaalde manier aan te kijken of door intens naar een gewild voorwerp te staren, kunnen honden ons bovendien hun bedoelingen duidelijk maken. Het blijft natuurlijk moeilijk te bepalen wat de hond precies <i>denkt </i>als hij ons op deze manier aankijkt. Maar dankzij de nieuwste wetenschappelijk ontwikkelingen is er inmiddels wel heel wat te vertellen over wat hij precies <i>ziet</i>. We weten bijvoorbeeld dat honden minder visueel ingesteld zijn dan de mens. De meeste informatie vergaren zij immers via de neus; de reukzin is dan ook hun belangrijkste zintuig. Toch mogen we de rol die hun gezichtsvermogen speelt zeker niet onderschatten. Honden kunnen namelijk best goed zien! Iedereen die wel eens heeft gezien hoe een hond een bal of ander speeltje uit de lucht vangt, zal dat beamen.</p>
<p><b>Evolutie van het oog</b></p>
<p>Uit onderzoek blijkt dat de ogen van de hond tenminste twee belangrijke functies vervullen; zij worden gebruikt om ons te zien en om andere zintuigen aan te vullen. Om wat meer te begrijpen van de evolutionaire ontwikkeling van het oog moeten we terug naar de wilde voorouder van de hond: de wolf. De reden dat wolven een bepaalde anatomische oogstructuur hebben ontwikkeld, is eigenlijk heel eenvoudig. Zij moesten zelf achter hun eten aan en aangezien dit eten de hoogst merkwaardige neiging had er vandoor te gaan, was het wel zo handig als ze tijdens de jacht hun prooi in het oog konden houden.</p>
<p>Het hondenoog zit qua structuur niet zo heel anders in elkaar dan een mensenoog. Er zijn echter ook enkele duidelijke verschillen. Ten eerste is de pupil van het hondenoog een stuk groter dan die van het mensenoog. Hierdoor kan er veel meer licht in het oog worden opgevangen. Dit gaat echter wel ten koste van de scherptediepte. Concreet betekent dit dat de hond in het schemerlicht beter ziet dan de mens (want hij vangt meer licht op via zijn ogen), maar specifieke objecten ziet hij minder scherp.</p>
<p><b>Kegeltjes en Staafjes </b></p>
<p>In de ogen van mensen en honden dienen twee onderdelen als lens: de <i>cornea </i>(hoornvlies) en de kristallens. Het grootste gedeelte van het licht wat door de kristallens en de pupil heen valt, wordt opgevangen door het netvlies waar uiteindelijk een beeld gevormd wordt. Op het netvlies vindt men vele miljoenen lichtgevoelige cellen, fotoreceptoren genoemd. Deze receptoren (&#8216;ontvangertjes&#8217;) komen voor in twee vormen: de lange, smalle &#8216;staafjes&#8217; en de dikkere &#8216;kegeltjes&#8217;. In het netvlies van het hondenoog zijn veel meer staafjes aanwezig dan in het menselijk oog. Staafjes functioneren het beste bij een lage lichtintensiteit; zij maken het mogelijk dat er in donkere situaties nog iets te zien is en hebben als het ware minder licht nodig om een signaal aan de hersenen door te geven. Tevens zorgen zij voor de waarneming van grijstinten, in tegenstelling tot de veel minder lichtgevoelige kegeltjes die zorgen voor het waarnemen van kleuren. Daarnaast maken de kegeltjes het mogelijk om scherper te zien en veranderingen in het beeld sneller waar te nemen.</p>
<p><b>Een Schitterend Tapijt </b></p>
<p>In het oog van honden, en andere gewervelde dieren die &#8216;s nachts actief zijn, zit achter het netvlies een speciale reflecterende weefsellaag die het invallende licht terugkaatst en het bestaande licht versterkt: het <i>Tapetum Lucidum </i>(&#8216;schitterend tapijt&#8217; of &#8216;tapijt van licht&#8217;). Bij mensen is deze structuur afwezig en daarmee is het nog eens een extra verklaring voor het feit dat honden in de schemering veel beter kunnen zien dan wij. Het zorgt ervoor dat het oog als het ware een tweede kans krijgt om invallende lichtstralen waar te nemen door deze stralen direct terug te kaatsen via de cellen van het netvlies. Sommige zenuwen worden op die manier dus dubbel gestimuleerd. Het bijkomend effect van de weerkaatsing van het <i>tapetum lucidum</i> is dat de ogen van hond geel- of groenachtig opgloeien als er sterk licht opvalt, zoals het flitslicht van een camera.</p>
<p>Aardig om te vermelden is dat sommige poolhondenrassen, zoals Husky&#8217;s, soms geen tapetum lucidum hebben. Het gaat dan voornamelijk om de honden met blauwe ogen. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de oorspronkelijke omgeving van deze honden het grootste gedeelte van het jaar met sneeuw bedekt is waardoor het aanwezige licht van nature gereflecteerd wordt.</p>
<p><b>Kleurenblind?</b></p>
<p>Vroeger werd er gedacht dat honden kleurenblind zijn en alleen zwart en wit kunnen zien. Maar honden zien wel degelijk kleur! Zij zien alleen minder kleuren dan wij en ook is de intensiteit van de kleuren minder. Om kleuren te kunnen zien, moeten er in het oog niet alleen kegeltjes voorkomen, maar ook verschillende <i>soorten</i> kegeltjes. Het menselijke oog beschikt over drie verschillende types: kegeltjes die gevoelig zijn voor oranje, groen en blauw. Als iemand kleurenblind is, is het heel waarschijnlijk dat er bij hem of haar één van deze drie soorten kegeltjes ontbreekt.</p>
<p>Het oog van de hond heeft &#8216;maar&#8217; twee verschillende soorten kegeltjes; de groene en de blauwe. Het gevolg hiervan is dat honden nagenoeg geen onderscheid kunnen maken tussen kleuren als rood, geel en oranje. Eigenlijk zien ze maar twee kleuren. Vanuit evolutionair perspectief is dit een soort compromis voor het feit dat er verhoudingsgewijs veel meer staafjes voorkomen op hun netvlies. Omdat er op het netvlies maar een beperkte hoeveelheid ruimte beschikbaar is voor zenuwcellen, moest het dier als het ware ´kiezen´ tussen staafjes en kegeltjes. En om als roofdier ´s nachts actief te kunnen zijn, was het noodzakelijk dat er zich meer staafjes dan kegeltjes ontwikkelden.</p>
<p><b>Bewegende Beelden </b></p>
<p>Uit het voorgaande hebben we reeds kunnen opmaken dat het voor een hond nagenoeg onmogelijk is een rode bal op het groene gras waar te nemen, aangezien zij geen verschil zien tussen deze kleuren. Rood zien zij vermoedelijk als een soort vale tint groen. Hoe komt het dan dat  kleur niet uit lijkt te maken op het moment dat zij met het grootste gemak een bal uit de lucht vangen? Dit heeft, zoals u wellicht al vermoedt, voornamelijk met beweging te maken. De ogen van honden schijnen zeer gevoelig te zijn voor veranderingen in de omgeving. Dit is evolutionair gezien wederom begrijpelijk; voor een &#8216;jager&#8217; is het heel belangrijk een kleine beweging in zijn omgeving op te merken en op basis van de vorm en het bewegingspatroon een inschatting te maken over wat dit voorwerp zou kunnen zijn.</p>
<p>Het proces wat hier een rol bij speelt, heet <i>flicker fusion</i>. Dit zou je kunnen omschrijven als het aantal keren per seconde dat het oog een &#8216;foto&#8217; van de wereld maakt. Bij honden ligt het <i>flicker fusion</i>- tempo hoger dan bij de mens. Anders gezegd: honden kunnen het knipperen van licht beter waarnemen. In de tijd dat een cel het licht vanuit de buitenwereld verwerkt, kan hij namelijk tijdelijk geen ander licht ontvangen. Aangezien het tempo hoger ligt bij de hond, zijn deze cellen in staat meer binnenkomend licht te verwerken. Daarom zijn honden meestal ook niet erg geïnteresseerd in televisie kijken; vermoedelijk zien zij continu een flikkerend beeld.</p>
<p><b>Ruimtelijk zien  </b></p>
<p>Een laatste verschil tussen honden- en mensenogen heeft betrekking op het bereik, of liever gezegd de grootte van het gezichtsveld. De ogen van de mens staan naar voren gericht terwijl de ogen van de hond juist meer aan de zijkanten van zijn hoofd geplaatst zijn. Hierdoor bedraagt het gezichtsveld van de mens ongeveer 200 graden en dat van de hond 240 graden. De hond is door de plaatsing van de ogen namelijk in staat dingen die aan de zijkant (en enigszins aan de achterkant) van zijn hoofd gebeuren, waar te nemen.</p>
<p>Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de vorm van het hondenhoofd een aanzienlijke rol speelt; bij honden met een platte snuit staan de ogen bijvoorbeeld meer naar voren gericht zodat het bereik van hun gezichtsveld niet veel groter is dan dat van de mens. Oftewel: hoe korter de neus, hoe kleiner het visuele bereik.</p>
<p><a href="http://www.charlotte-post.nl/?attachment_id=423" rel="attachment wp-att-423"><img class="alignleft size-medium wp-image-423" alt="Skye1" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/12/Skye1-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D422&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=422</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Probleemoplossend Vermogen van de Hond</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=418</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=418#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Nov 2012 09:21:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Articles]]></category>
		<category><![CDATA[Horowitz]]></category>
		<category><![CDATA[intelligentie]]></category>
		<category><![CDATA[Kaminsky]]></category>
		<category><![CDATA[Knappe Hans]]></category>
		<category><![CDATA[Miklosi]]></category>
		<category><![CDATA[oplossingen]]></category>
		<category><![CDATA[problemen]]></category>
		<category><![CDATA[Rico]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=418</guid>
		<description><![CDATA[Er wordt algemeen aangenomen dat het vermogen om problemen op te lossen een onderdeel is van de normale intelligentie. En dat honden intelligent zijn, dat weten we natuurlijk allemaal. Toch is het interessant eens te kijken naar dit specifieke component; wat weten we er eigenlijk over en hoe kunnen we precies bepalen in hoeverre een [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p><em><strong><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Er wordt algemeen aangenomen dat het vermogen om problemen op te lossen een onderdeel is van de normale intelligentie. En dat honden intelligent zijn, dat weten we natuurlijk allemaal. Toch is het interessant eens te kijken naar dit specifieke component; wat weten we er eigenlijk over en hoe kunnen we precies bepalen in hoeverre een hond beschikt over een, al dan niet goed ontwikkeld, probleemoplossend vermogen? Laat ik in het kader daarvan beginnen met een stukje geschiedenis, waaruit duidelijk zal worden welke valkuilen men kan tegenkomen als men onderzoek wil doen naar zaken als intelligentie of andere cognitieve vaardigheden.</span></strong></em></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><strong>Knappe Hans </strong></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Misschien heeft u al wel eens gehoord van het paard dat de geschiedenis is ingegaan als &#8216;Knappe Hans&#8217; (Kluger Hans). Dit paard leefde aan het begin van de 20<sup>e</sup> eeuw in Duitsland. Hij werd beroemd omdat hij zou kunnen lezen, spellen en klokkijken én in staat zou zijn om rekensommen op te lossen. Het paard gaf antwoord op vragen van zijn eigenaar, Wilhelm von Osten, door met zijn hoofd te schudden of te knikken of door een aantal keer met zijn hoeven op de grond te stampen. Het hoofd van het Psychologisch Instituut van de Universiteit van Berlijn, professor Stumpf, liet hier onderzoek naar doen door een van zijn studenten, Oskar Pfungst. Pfungst was er al snel van overtuigd dat Knappe Hans niet echt kon lezen of rekenen maar dat hij in plaats daarvan reageerde op signalen uit de omgeving. Het probleem was op welke manier dat aangetoond kon worden. Pfungst stelde voor het paard te onderzoeken onder streng gecontroleerde condities. Tijdens die experimenten bleek dat Knappe Hans <em>alleen </em>het juiste antwoord gaf als zijn eigenaar zelf het juiste antwoord wist; de eigenaar gaf dus – volkomen onbewust – bepaalde signalen af via zijn lichaamstaal. Als het paard bijvoorbeeld tot zeven moest tellen, zag hij aan een subtiele verandering in de houding van zijn eigenaar wanneer hij moest stoppen met het stampen van zijn hoeven. Daarnaast bleken ook de lichaamstaal en gelaatsuitdrukkingen van de toeschouwers van grote invloed op het gedrag van het paard. </span></p>
<p align="LEFT"><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Aangezien men het verhaal in eerste instantie geloofd had, was het voor veel psychologen een indicatie dat er iets mis was met de ‘zachte wetenschap’ van die tijd . Edward L. Thorndike (1874-1949) nam hier als een van de eersten afstand van. Hij nam de stap om serieuze, gecontroleerde experimenten met dieren in laboratoria uit te voeren. Volgens Thorndike verliep het leerproces via een trial-and-error mechanisme, gevolgd door toevallig succes. Dit kon worden aangetoond in een ‘<em>puzzel box</em>’ door een hongerig dier, bijvoorbeeld een kat, zelf te laten ontdekken welke handeling uitgevoerd moest worden om voedsel te bemachtigen. In het begin probeerde het dier van alles en trok en beet overal aan. Middels dit gedrag zou het dier bij toeval uiteindelijk wel op de hefboom drukken of aan het touwtje trekken, waardoor er voedsel vrij kwam. Door dit een aantal keer te herhalen, werd het juiste gedrag bekrachtigd. Het gedrag werd verzwakt indien een bepaalde reactie niet leidde tot het gewenste effect. Zo toonde Thorndike aan, net als zijn Russische tijdgenoot Ivan Pavlov, dat het dier leerde een bepaalde respons aan een bepaalde stimulus te koppelen. Deze processen kennen wij nu als &#8216;conditionering&#8217;, waarbij Pavlov de ontdekker was van de klassieke conditionering (uitgelokt of reflexmatig gedrag) en Thorndike van de operante conditionering (willekeurig of voortgebracht gedrag). </span></p>
<p><span style="font-size: medium; font-family: andale mono,times;">Deze experimenten zorgden ervoor dat bewustzijn, emoties en andere cognitieve processen gaandeweg helemaal naar de achtergrond verdwenen. Er was geen ruimte meer voor enige vorm van subjectieve beleving. Datgene wat zich van binnen afspeelde werd verbannen naar de zogenoemde ‘<em>black box</em>’ en alle aandacht ging nu uit naar observeerbaar gedrag; het behaviorisme was geboren. Deze stroming bepaalde lange tijd de manier waarop er wetenschap werd bedreven. De zogeheten &#8216;cognitieve revolutie&#8217;, begonnen in de tweede helft van de vorige eeuw, heeft er echter toe geleid dat er momenteel weer volop onderzoek wordt gedaan naar de cognitieve processen en vermogens van dieren.</span></p>
<p><span style="font-size: medium; font-family: andale mono,times;">U snapt dat dit slechts de geschiedenis is in een notendop. Wat vooral belangrijk is om te onthouden aan dit verhaal is dat wetenschappers tegenwoordig erg op hun hoede moeten zijn voor het &#8216;Knappe Hans- effect&#8217;. Oftewel: men moet enorm uitkijken dat men niet onbewust bepaalde signalen afgeeft die het dier zouden kunnen beïnvloeden. De onderzoeksresultaten zouden hierdoor immers als onbetrouwbaar en ongefundeerd kunnen worden bestempeld.</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><strong>Rico</strong></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Men kan zich voorstellen dat ook onderzoeken naar de probleemoplossende vermogens van honden gevoelig zijn voor dit effect. Juliane Kaminsky, cognitief psychologe bij het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Duitsland, vond een manier om dit op te lossen. Zij deed onder andere onderzoek naar de bijzondere woordenschat van de Border Collie Rico (1994-2008) en publiceerde hierover in 2004 een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift <em>Science</em>. </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Rico kende de namen van tweehonderd verschillende (speelgoed)voorwerpen. Zijn eigenaresse, Susanne Baus, was begonnen hem deze woorden aan te leren toen Rico tien maanden oud was. Om het Knappe Hans-effect te vermijden, verdeelde Kaminsky alle tweehonderd voorwerpen eerst in twintig groepen van tien waarbij de groepen volstrekt willekeurig werden samengesteld. Vervolgens liet zij de eigenaresse in een kamer wachten terwijl zij een groep voorwerpen in een andere, aangrenzende kamer neerlegde. Door deze opzet kon Baus niets weten van de manier waarop de objecten gerangschikt waren voor zij Rico het commando gaf om een bepaald voorwerp te gaan halen. Zij kon dus geen onbewuste signalen of aanwijzingen afgeven! Eenzelfde methode werd gebruikt bij het testen van Rico&#8217;s vermogen tot het leren van nieuwe woorden. Hierbij werd er gekeken of hij in staat was een onbekend woord aan een onbekend voorwerp te koppelen. Dit gebeurde door hem naar een andere kamer te sturen en hem een voorwerp te laten halen waarvan hij de naam nog niet eerder had gehoord. Zijn bazin gaf dan bijvoorbeeld het commando ´haal de sok´. Wanneer hij de kamer binnenkwam, zag hij zeven bekende voorwerpen waarvan hij de naam wist en één onbekend object, in dit geval de sok. In zeven van de tien gevallen bracht hij terug waar om gevraagd was, een heel knap resultaat en een mooi voorbeeld van de manier waarop hij dit probleem (waarschijnlijk) oploste, namelijk via een proces van eliminatie. De andere voorwerpen en hun namen kende hij al, dus die kon hij niet koppelen aan het nieuwe woord. Zo bleef er voor Rico uiteindelijk maar één voorwerp over dat het juiste kon zijn. Opvallend is overigens dat hij het nieuw geleerde woord in de meeste gevallen na een maand nog kende. Om een nieuw woord te leren, hoefde hij het dus maar één keer te horen! Dit wordt ook wel ´<em>fast mapping</em>´ genoemd; een strategie waarvan altijd gedacht werd dat alleen jonge kinderen die gebruikten om taal te leren.</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><strong>Honden en Wolven </strong></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Zo zijn er nog wel een aantal leuke en interessante onderzoeken te noemen die zich richten op de probleemoplossende vermogens van de hond. De Hongaarse wetenschapper Ádám Miklósi heeft op dit gebied bijvoorbeeld vergelijkend onderzoek gedaan met honden en – door de mens grootgebrachte – wolven. De twee soorten werden getest op hun vermogen een taak te leren; zij moesten drie touwen in een specifieke volgorde uit een hele kluwen touwen trekken. De wolven bleken veel beter in staat dan honden om deze taak correct uit te voeren; zij leerden veel sneller aan wat voor touw dan ook te trekken en bovendien hadden zij sneller in de gaten welke volgorde de juiste was. Tezamen met enkele andere onderzoeksresultaten heeft dit frappante verschil sommigen doen concluderen dat wolven over het algemeen intelligenter zijn dan honden.</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Nu er steeds meer wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de cognitieve vermogens van zowel honden als wolven ontstaat er echter een wat genuanceerder beeld. Zo blijken wolven simpelweg beter in staat om <em>concrete </em>problemen op te lossen. Daarnaast is het voor hen veel normaler en natuurlijker om aan dingen te trekken en te plukken, zoals wanneer zij een prooi gevangen hebben. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij beter scoorden op de touwentest. Honden geven het bij dit soort testen veel sneller op en kijken vervolgens naar hun eigenaar, alsof zij om hulp vragen. Dit verschil in kijkgedrag tussen honden en wolven blijkt echter van doorslaggevend belang bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten! Terwijl wolven oogcontact juist proberen te vermijden, kijken honden doelbewust naar ons om informatie te vergaren. In haar boek “<em>De wereld van de hond</em>” vertelt Alexandra Horowitz dat honden vaak gehinderd worden door hun eigen sociale vaardigheden. Als zij met een probleem worden geconfronteerd, kijken zij meestal als eerste naar hun eigenaar in plaats van te proberen het probleem zelf op te lossen. Dit gedrag is een goede verklaring voor hun slechtere prestaties bij de touwentest. Horowitz geeft nog een verduidelijkend voorbeeld: “Bij een test om bijvoorbeeld wat eten uit een goed afgesloten doos te halen, zullen wolven blijven proberen de taak uit te voeren en bij een eerlijke test zullen ze daar uiteindelijk na talrijke pogingen in slagen. Honden zullen in het algemeen hun best doen de doos te openen, totdat ze erachter komen dat dit een hele klus is. Dan richten ze zich op een persoon in de kamer en proberen op allerlei manieren diens aandacht te krijgen en hem te verleiden, totdat deze toegeeft en hen helpt de doos open te krijgen”.</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">De hond ziet ons dus als probleemoplosser en weet ons dikwijls zo te bespelen dat wij er nog intrappen ook. Dit houdt echter niet in dat de hond niet slim is, integendeel! Het getuigt juist van een grote intelligentie dat hij ons weet in te zetten als een soort &#8216;werktuig&#8217; en zich bewust is van het feit dat wij in staat zijn hem te helpen bij het oplossen van bepaalde problemen.</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><strong>Zelf aan de slag met intelligentietests </strong></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;">Bent u nieuwsgierig naar het probleemoplossend vermogen van uw eigen hond? Dan zou u bijvoorbeeld eens een IQ test kunnen doen met hem. Daarin zijn enkele onderdelen opgenomen die deze specifieke capaciteit testen. De Amerikaanse psycholoog Stanley Coren heeft in zijn boek “<em>De Intelligentie van honden</em>” een zeer uitgebreide IQ test opgenomen. Enkele voorbeelden van de testonderdelen die het probleemoplossend vermogen toetsen zijn: &#8216;Hoe lang duurt het eer de hond er in slaagt om langs een barricade te komen om een lekker hapje te pakken?&#8217; en &#8216;Hoe lang duurt het eer de hond zich uit een groot badlaken, dat over zijn kop en schouders is gegooid, heeft bevrijd?&#8217;. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat lang niet iedereen het eens is met Coren&#8217;s interpretaties; deze kunt u daarom beter met een korreltje zout nemen. Ook in het Engelstalige boekje “<em>Caninestein; unleashing the genius in your dog</em>” van Betty Fischer en Suzanne Delzio kunt u een paar aardige en vooral grappige tests vinden. Hou hierbij wel in gedachten dat uw hond heel goed op u let en dat het Knappe Hans effect altijd op de loer ligt!</span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><em>Een hond kan alleen laten zien hoe hij bepaalde problemen oplost als hij heeft geleerd dat hij initiatieven mag ontplooien. Het komt helaas nog steeds voor dat mensen hun hond straffen als hij initiatief toont omdat dit dikwijls wordt gezien als ongehoorzaam gedrag. Op deze manier wordt hij beperkt in zijn keuzevrijheid en zal hij niet meer zo snel laten zien wat hij allemaal in zijn mars heeft. Een hond die vrijer – maar natuurlijk wel met inachtneming van bepaalde grenzen – en zonder straf is opgevoed, zal veel beter in staat zijn zijn probleemoplossende vermogens in de praktijk te brengen.</em></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"><a href="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/11/P1180753.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-419" title="P1180753" alt="" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/11/P1180753-300x225.jpg" width="300" height="225" /></a></span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<p><span style="font-family: andale mono,times; font-size: medium;"> </span></p>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D418&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=418</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Probleemgedrag bij Honden&#8221; &#8211; Petra Krivy &amp; Angelika Lanzerath</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=415</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=415#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Nov 2012 09:14:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Book Reviews]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=415</guid>
		<description><![CDATA[“Probleemgedrag bij Honden” is het meest recent verschenen en in het Nederlands vertaalde boek in de serie “Die Hundeschule” van de uit Duitsland afkomstige Petra Krivy en Angelika Lanzerath. Laatstgenoemde auteur is mede-eigenaar van “Hunde-Farm Eifel”; een hondengedragscentrum, hondenschool en pension. Als je de website mag geloven, worden de zaken er zeer serieus en grondig [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>“Probleemgedrag bij Honden” is het meest recent verschenen en in het Nederlands vertaalde boek in de serie “Die Hundeschule” van de uit Duitsland afkomstige Petra Krivy en Angelika Lanzerath. Laatstgenoemde auteur is mede-eigenaar van “Hunde-Farm Eifel”; een hondengedragscentrum, hondenschool en pension. Als je de website mag geloven, worden de zaken er zeer serieus en grondig aangepakt; het verspreiden van kennis en voorlichting staan er hoog in het vaandel. Petra Krivy is de eigenaresse van hondenschool “Tatzen-Treff”. Samen hebben deze dames al enkele boeken geschreven, waarvan er nu ook één in het Nederlands vertaald is.</p>
<p>In eerste instantie is men misschien geneigd “Probleemgedrag bij Honden” te zien als het zoveelste boek over problematisch hondengedrag en de aanpak daarvan. Toch blijken de auteurs voor een verfrissende, laagdrempelige aanpak te hebben gekozen; zij bespreken juist de minder serieuze problemen die men tegen kan komen in de dagelijkse omgang en het samenleven met de hond. De onderwerpen die behandeld worden zijn: bedelen, opdringerigheid, territoriaal gedrag, opspringen, het najagen van fietsers, joggers en/of auto&#8217;s, trekken aan de lijn en als laatste het uitvallen naar soortgenoten. Deze zeven problemen worden afzonderlijk besproken, waarbij elk hoofdstuk ook nog eens voorzien is van een andere kleur. Dit maakt het boek erg overzichtelijk en tevens geschikt als naslagwerk. De vele verduidelijkende kleurenfoto&#8217;s die de tekst begeleiden zijn zeer helder, soms aandoenlijk of komisch. Aan de hand van hondenpootjes in drie verschillende kleuren geven de auteurs bij elk probleem inzicht in de oorzaken van het gedrag, de waarschuwingssignalen waarop men moet letten en praktische oefeningen die men kan doen om het storende gedrag op te heffen.</p>
<p>Bij de bespreking van de diverse problemen wordt er rekening gehouden met de zogenaamde &#8216;functionele cirkels&#8217;. Deze hebben te maken met gedrag dat biologisch verankerd zit in de hond en dus erg moeilijk te veranderen is; het gaat hier immers om natuurlijke gedragingen. Zo kan territoriumdrift bijvoorbeeld tot een functionele cirkel behoren. Afhankelijk van het ras en het karakter van de hond kan men dan bekijken in hoeverre het territoriale gedrag als &#8216;normaal&#8217; kan worden beschouwd.</p>
<p>De voorbeelden die gegeven worden zijn vaak herkenbaar en grappig. Er worden situaties genoemd die iedereen in het dagelijkse leven daadwerkelijk tegen kan komen. Daarnaast wordt de eigenaar op sommige momenten flink – maar wel op luchtige wijze- aangesproken op zijn eigen gedrag. De auteurs dagen de lezer echt uit om eens een lange blik in de spiegel te werpen. In ieder hoofdstuk wordt dan ook herhaald dat tijd, geduld en consequent handelen enorm belangrijk zijn bij het aanpakken van het probleemgedrag en natuurlijk bij de opvoeding in zijn algemeenheid. Een minpunt vind ik dat er in een aantal gevallen wordt aangeraden een waterspuit of muilkorf te gebruiken. Het inzetten van dergelijke hulpmiddelen kan bij sommige specifieke problemen misschien best nuttig zijn maar dan zouden de auteurs er beter aan doen er meer uitleg over te geven. Zoals het nu besproken wordt, is het iets te ongenuanceerd.</p>
<p>Krivy en Lanzerath geven duidelijk aan dat de in dit boek gegeven adviezen slechts bedoeld zijn als leidraad. Indien men aanloopt tegen ernstige gedragsstoornissen of als men twijfelt over de uitvoering van de adviezen, raden zij dringend aan een professionele gedragstherapeut te raadplegen. Verwacht dus geen wonderen als u dit boek leest maar zie het als een handig hulpmiddel vol suggesties en tips om met de problemen aan de slag te gaan.</p>
<address><span style="color: #000000;">Website Petra Krivy: </span><span style="color: #000080;"><span style="text-decoration: underline;"><a href="http://www.tatzen-treff.de/"><span style="color: #000000;">http://www.tatzen-treff.de/</span></a></span></span></address>
<address>Website Angelika Lanzerath: http://www.hundefarm-eifel.de/</address>
<address> </address>
<address><strong>Probleemgedrag bij Honden (doeltreffend aanpakken)</strong></address>
<address><strong>Oorspronkelijke titel: Die Hundeschule – So geht&#8217;s nicht weiter!</strong></address>
<address><strong>Petra Krivy &amp; Angelika Lanzerath</strong></address>
<address><strong>ISBN 978-90-447-3360-0</strong></address>
<address><strong>Deltas Centrale Uitgeverij</strong></address>
<address> </address>
<address><a href="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/11/probleemgedrag-bij-honden-petra-krivy-9789044733600-voorkant.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-416" title="probleemgedrag-bij-honden-petra-krivy-9789044733600-voorkant" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/11/probleemgedrag-bij-honden-petra-krivy-9789044733600-voorkant-241x300.jpg" alt="" width="241" height="300" /></a></address>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D415&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=415</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Honden aan Boord&#8221; &#8211; Trudie Rutten</title>
		<link>http://www.charlotte-post.nl/?p=410</link>
		<comments>http://www.charlotte-post.nl/?p=410#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Oct 2012 13:23:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Phebe77</dc:creator>
				<category><![CDATA[Book Reviews]]></category>
		<category><![CDATA[boord]]></category>
		<category><![CDATA[boten]]></category>
		<category><![CDATA[ehbo]]></category>
		<category><![CDATA[honden]]></category>
		<category><![CDATA[varen]]></category>
		<category><![CDATA[veiligheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.charlotte-post.nl/?p=410</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Trudie Rutten is Bach Bloesem Dierenconsulent en hondengedragstherapeut. Zij is werkzaam bij haar eigen dierenpraktijk “De Rietvink”, alwaar zij dieren met gedragsproblemen op natuurlijke en positieve wijze behandelt. Samen met haar partner en haar twee Drentsche Patrijshonden maakt zij regelmatig vaartochten in binnen- als buitenland. Tijdens een van deze tochten is het idee ontstaan [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p>Trudie Rutten is Bach Bloesem Dierenconsulent en hondengedragstherapeut. Zij is werkzaam bij haar eigen dierenpraktijk “De Rietvink”, alwaar zij dieren met gedragsproblemen op natuurlijke en positieve wijze behandelt. Samen met haar partner en haar twee Drentsche Patrijshonden maakt zij regelmatig vaartochten in binnen- als buitenland. Tijdens een van deze tochten is het idee ontstaan om een boek te schrijven over het meenemen van een hond aan boord, of dit nu aan boord van een plezierjacht of een binnenvaartschip is. Het resultaat mag er zijn; de mooie full color uitgave en harde kaft maken het al op het eerste gezicht een aantrekkelijk geheel. Het onderwerp van het boek is daarnaast erg origineel en speelt in op de behoeftes van het varende publiek.</p>
<p>Het boek begint met een hoofdstuk over de geschiedenis van de scheepshond. Helaas besteed Rutten slechts een paar bladzijdes aan dit toch niet onbelangrijke onderwerp; persoonlijk had ik hier graag meer over willen lezen. Uit de hoofdstukken die volgen, blijkt dat de auteur goed op de hoogte is van enkele kwesties die spelen binnen de hondenwereld, zoals de hele rangordediscussie. Hoewel ik het prettig vind dat Rutten duidelijk iemand is die kennis van zaken heeft, vraag ik mij aanvankelijk af in hoeverre onderwerpen als &#8216;communicatie&#8217;, &#8216;geuren&#8217;, &#8216;lichaamshouding&#8217; en &#8216;mimiek&#8217; op hun plek zijn in een boek over honden aan boord. Rutten probeert deze punten gelukkig wel te verduidelijken aan de hand van voorbeelden die betrekking hebben op de varende hond. Het is echter jammer dat ze zó kort beschreven worden dat een leek op hondengebied hier weinig mee zal kunnen, terwijl de bespreking van deze onderwerpen <em>juist </em>bedoeld lijkt voor mensen die nog niet zoveel ervaring met honden hebben.</p>
<p>Vervolgens passeren emoties, stress en enkele voorbeelden van probleemgedrag (verlatingsangst, agressie, vermijdingsgedrag, angst voor geluiden) de revue. Rutten grijpt deze materie aan om iets te vertellen over kalmerende signalen (Turid Rugaas) en het gebruik van Bach Bloesem Remedies. Daarnaast geeft zij in de zalmroze kaders bij de teksten enkele nuttige tips en adviezen die zouden kunnen helpen bij het oplossen van het betreffende probleemgedrag. Zo moet men bijvoorbeeld niet onderschatten hoe belangrijk het is de hond op de juiste wijze van en aan boord te tillen; indien men dit niet op de goede manier aanpakt, werkt men angst of zelfs agressie in de hand.</p>
<p>Er is in “Honden aan boord” ook ruimte voor ontspanning en plezier. Aan de hand van verschillende spelletjes en activiteiten, laat Rutten zien dat men de hond op allerlei leuke manieren kan bezighouden; zowel aan boord, aan de wal, als in het water.  Het gedeelte over hoe honden leren, is echt veel te kort door de bocht, zeker voor beginners! In vogelvlucht beschrijft de auteur essentiële zaken als klassieke en operante conditionering en clickertraining. Het bijgevoegde &#8216;trainingsboekje&#8217; maakt deze dwaling enigszins goed. Hierin wordt onder meer het aanleren van de commando&#8217;s &#8216;blijf&#8217;, &#8216;af&#8217; en &#8216;zit&#8217; uitgelegd. Tevens is er een handig fietsschema in opgenomen en geeft Rutten nog enkele voorbeelden van spelletjes die men de hond kan laten uitvoeren.</p>
<p>Het hoofdstuk over veiligheid en EHBO is ontegenzeggelijk het belangrijkste hoofdstuk van het boek. Hier staat erg veel in over de risico&#8217;s aan boord én aan wal en de voorzorgsmaatregelen die u kunt treffen om ongelukken te voorkomen, zoals het aanschaffen van een zwemvest voor de hond. Er wordt uitgebreid besproken welke ziektes of parasieten de hond kan oplopen en wat u moet doen als de hond gestoken is, iets giftigs heeft binnen gekregen of zich verwond heeft (denk maar eens aan een ingeslikt vishaakje). Kortom; een hoofdstuk boordevol praktische en wellicht zelfs levensreddende informatie. Dit maakt het boek dan ook zeer geschikt als naslagwerk aan boord van een schip.</p>
<p>Tot slot worden er nog een paar mogelijke vaar- en wandeltochten in Nederland, België en Frankrijk beschreven. Hierbij staan ook de toegankelijkheid en de hondvriendelijkheid van de havens die men onderweg aandoet vermeld, alsmede de uitlaatmogelijkheden in de directe omgeving.  Op enkele minpuntjes na, is “Honden aan boord” uiteindelijk een nuttig boek voor de varende hondenbezitter.</p>
<p><a href="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/10/rutten.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-411" title="rutten" src="http://www.charlotte-post.nl/wp-content/uploads/2012/10/rutten-260x300.jpg" alt="" width="260" height="300" /></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<address><strong>Trudie Rutten</strong></address>
<address>“<strong>Honden aan Boord”</strong></address>
<address><strong>144 blz.</strong></address>
<address>€ <strong>24,90</strong></address>
<address><strong>De Alk &amp; Heijnen Watersport</strong></address>
<address><strong>ISBN 978 90 5961 103 0</strong></address>
<address> </address>
<address><strong>Website: www.hondenaanboord.nl</strong></address>
<div id="facebook_like"><iframe src="http://www.facebook.com/plugins/like.php?href=http%3A%2F%2Fwww.charlotte-post.nl%2F%3Fp%3D410&amp;layout=standard&amp;show_faces=true&amp;width=500&amp;action=like&amp;font=segoe+ui&amp;colorscheme=light&amp;height=80" scrolling="no" frameborder="0" style="border:none; overflow:hidden; width:500px; height:80px;" allowTransparency="true"></iframe></div>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.charlotte-post.nl/?feed=rss2&#038;p=410</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
