RSS
 

“De Roedelmethode” (deel 2) – Arjen van Alphen en Francien Koeman

24 Apr

Arjen van Alphen en Francien Koeman zijn de oprichters van Hondenopvoedingsinstituut ‘De Roedel’. Aanvankelijk was dit instituut gevestigd in Utrecht maar inmiddels wonen Van Alphen en Koeman met hun roedel in het dorp Salmchateau in de Belgische provincie Luxemburg, vanwaaruit zij onder andere studieweekenden en workshops organiseren.

De eerste druk van deel één van “Honden trainen volgens de regels van de natuur” kwam reeds uit in 1998. Dit boek gaat voornamelijk over een natuurlijke wijze van opvoeden, gebaseerd op de dynamiek binnen een roedel. Geur- en lichaamstaal spelen hierbij een grote rol.

Sinds die tijd hebben Van Alphen en Koeman zeker niet stil gezeten en zijn zij onverminderd doorgegaan met hun observaties en onderzoeken. Het resultaat van hun inspanningen is het tweede deel van de methodiek die inmiddels bekend staat als de ‘Roedelmethode’. Met dit deel willen zij dieper ingegaan op zaken als het sociale leren en de manier(en) waarop de genetische aanleg van de hond zich ontwikkelt.

‘Honden trainen volgens de regels van de natuur’ is zeker geen standaard hondenboek. Onderwerpen als socialisatie, opvoeding en zindelijkheid komen weliswaar uitgebreid aan bod, maar wel in een heel ander ‘jasje’ dan de meeste mensen gewend zijn. Zoals gezegd, ligt de nadruk op gedrag wat de hond van nature in zich heeft. In wezen is een hond een zeer sociaal dier, maar het is niet per definitie logisch dat hij zich ook zo gedraagt. In dit kader wordt het het sociale leerproces, waarbij een pup leert uiting en betekenis te geven aan geur- en lichaamstaal, uitgebreid besproken. Dit proces begint op het moment dat de pup geboren wordt. De periode die de pup bij zijn moeder en zijn nestgenootjes doorbrengt, is dan ook van groot belang. Van Alphen en Koeman baseren zich bij de bespreking van het sociale leren en alles wat daarbij komt kijken veelal op de eigen ervaringen en observaties. Het is evident dat zij enorm veel kennis hebben opgedaan door het observeren van het individuele gedrag en de interactie tussen pups en moederhond in de nesten die zij zelf gefokt hebben. Daarnaast maken zij gebruik van enkele belangrijke en toonaangevende wetenschappelijke bronnen, iets wat de legitimiteit van hun onderzoeken alleen maar ten goede komt.

Toch lijken zij soms conclusies te trekken waarvan de aannames en argumenten niet goed onderbouwd zijn; er worden bijvoorbeeld slechts punten genoemd die een bepaalde redenering ondersteunen, terwijl de ‘andere’ kant onderbelicht blijft. De schrijvers hebben absoluut meer in hun mars en het is onnodig dat zij een dergelijke selectieve argumentatiewijze aanwenden.

Zeker in het begin van het boek is het nog een beetje lastig om echt vat te krijgen op de materie. Het is dan ook geen boek wat men in één ruk zal uitlezen. Dit is echter niet direct een nadelige kwalificatie; het mag hier en daar dan wat taai zijn, de stof zet wel aan tot nadenken! Sommige delen zijn het teruglezen en overdenken meer dan waard. Het boek is verder voorzien van honderden foto’s en enkele verduidelijkende schema’s achterin. Van beiden moet wel worden opgemerkt dat deze niet allemaal even correct of duidelijk zijn weergegeven.

Inhoudelijk zal niet iedereen het met het beschrevene eens zijn. Termen als ‘ranghoger, ‘ranglager’ en ‘alfa’ komen veelvuldig voor en het zal niemand ontgaan zijn dat er nogal wat discussie gaande is over de vraag of het gebruik van deze termen nog langer gerechtvaardigd is.

Desalniettemin staat er ontzettend veel nuttige en waardevolle informatie in voor iedereen die geïnteresseerd is in het hoe, waarom en waardoor van hondengedrag. De intrinsieke motivatie van de hond speelt een grote rol in zijn sociale gedrag en zijn communicatie met de eigenaar. Heel terecht wordt er hierbij gewezen op de gevaren van antropomorfisme; het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren.

Van Alphen en Koeman nemen de lezer middels een aardige metafoor aan de hand en leren hem zijn menselijke bril af te zetten en hondenschoenen aan te trekken; van het passen en het inlopen tot de eerste echte stapjes. Men leert als het ware op een andere manier naar zijn hond te kijken en met hem te communiceren op een ‘hondser’ niveau, waarbij, zoals eerder opgemerkt, geur- en lichaamstaal een zeer grote rol spelen.

De Roedelmethode is nog niet ‘af’ en er zal ongetwijfeld nog een derde deel verschijnen. Dat is tenminste wel te hopen, want het zou zonde zijn als de schrijvers de vele interessante uitgangspunten van deze methode niet (nog) verder uitbouwen. Een wat stevigere en iets meer solide wetenschappelijke onderbouwing is daarbij welkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Honden Trainen Volgens de Regels van de Natuur (met de Roedelmethode)
Deel 2
Arjen van Alphen en Francien Koeman
ISBN 9789038917870
Uitgeverij Elmar
ww.deroedel.com
Share this:
 
Comments Off

Posted in Book Reviews

 

Comments are closed.