Het castreren van de reu is en blijft een belangrijk, enigszins gevoelig, onderwerp. Er komen op dit gebied nog altijd nieuwe inzichten en nieuwe technieken bij, zoals nu bijvoorbeeld het implantaat met de tongstruikelende naam Suprelorin, dat zorgt voor een tijdelijke onvruchtbaarheid van de reu. In dit artikel zal ik trachten u een zo compleet mogelijk overzicht te geven van alle ‘ins’ en ‘outs’ betreffende castratie, zodat u weer helemaal op de hoogte bent. Hierbij zal ik ook enkele deskundigen aan het woord laten. Omwille van de volledigheid is het misschien handig nog even kort te vertellen wat castratie nu precies inhoudt.
Castratie
Bij de castratie van de reu worden, onder volledige narcose, beide zaadballen (testikels) verwijderd. Hierdoor wordt de spermaproductie stilgelegd en de productie van testosteron verminderd. Binnen acht uur na de operatie vermindert de hoeveelheid testosteron terwijl het al geproduceerde sperma nog zeker 36 uur actief blijft.
Over het algemeen gaat de operatie gaat als volgt in zijn werk: eerst wordt er een snede in de huid gemaakt, waarna de eerste bal naar voren wordt gedrukt. Daarna wordt de eigenlijke balzak (tunica) ingesneden en wordt de testikel uit de balzak gehaald. De zaadstreng en de bloedvaten worden afgebonden en doorgeknipt en de testikel kan dan in zijn geheel verwijderd worden. Hetzelfde gebeurt bij het weghalen van de tweede bal. Tot slot wordt de onderhuid in 1 of 2 lagen gesloten en kan de huid gehecht worden.
Enkele effecten van castratie
- Het komt dikwijls voor dat castratie een trager functionerende stofwisseling tot gevolg heeft. Hierdoor zal het voer sneller worden omgezet in vet. Indien men de voeding van de hond niet aanpast, zal de hond dikker worden en dit kan weer vervelende consequenties hebben voor zijn spieren en gewrichten.
- Door castratie gaan er een aantal mannelijke eigenschappen verloren, waaronder het afbakenen van het terrein met urine en agressie tegenover andere reuen.
- Veel reuen worden rustiger in hun gedrag en in een enkel geval wordt de hond zelfs uitermate sloom. Sommige mensen zijn bang dat hun hond té rustig wordt na een castratie. Maar als u net zo actief bezig blijft met uw hond als voor de operatie, hoeft u zich daar geen zorgen over te maken. Een castratie houdt echter niet automatisch in dat uw hond rustiger zal worden!
- Er kan geen teelbalkanker ontstaan.
- Bij een klein deel van de honden verandert de vacht na castratie. Dit wordt dan ook wel een ‘castratenvacht’ genoemd. Meestal is dit slechts tijdelijk als gevolg van de veranderde hormoonhuishouding maar het is mogelijk dat de verandering blijvend is. Overigens lijkt het vooral voor te komen bij de meer langharige hondenrassen.
Wanneer castreren?
De meeste mensen kiezen ervoor hun hond te laten castreren vanwege de aanwezigheid van probleemgedrag. Denk hierbij aan overmatig (hyper) seksueel gedrag of agressie. Hierbij is het heel belangrijk dat het gedrag eerst geanalyseerd wordt door een deskundige, zoals een gedragstherapeut. Indien het probleem niets met de hormonen te maken heeft, zal een castratie immers geen soelaas bieden.
Alle mensen die ik voor dit artikel geïnterviewd heb, benadrukken dan ook dat men er echt niet te snel van moet uitgaan dat castratie het (probleem)gedrag wel zal verhelpen. Ik zet ‘probleem’ hier tussen haakjes omdat bepaalde gedragingen soms iets te makkelijk als problematisch worden bestempeld. Een gedraging moet altijd beoordeeld worden met inachtneming van alle factoren. Deze factoren kunnen betrekking hebben op ras, leeftijd, grootte, huisvesting, voeding, enzovoort. Natuurlijk kunnen er ook medische redenen ten grondslag liggen aan een castratie, zoals prostaatproblemen en tumoren van de testikels. In die gevallen heeft men vaak weinig keuze.
Wat zeggen de deskundigen?
Holistisch dierenarts Tannetje Koning geeft aan dat zij de honden liefst zoveel mogelijk intact laat. Zij adviseert alleen te castreren als er een duidelijk aanwijsbare reden voor is. Als medische redenen noemt zij een vergrote prostaat, tumoren aan de perianaalklier en soms ook voorhuidsontstekingen. Er zijn ook gedragsgerelateerde problemen die een castratie rechtvaardigen maar dan moet het gedrag volgens Koning echt seksueel georiënteerd zijn; weglopen als er loopse teven in de buurt zijn bijvoorbeeld. Koning: “Onzeker gedrag als uitvallen naar andere honden verbetert vaak niet en kan zelfs verslechteren. Ook gedrag dat al lang bestaat kan soms na castratie niet of helemaal niet verdwijnen.” Als nadeel van castratie noemt zij de mogelijkheid dat een reu onzekerder kan worden en soms zelfs aantrekkelijk wordt voor andere reuen. Die kan zeker voor onzekere reuen enorm belastend kan zijn.
Over de verhoogde kans op gewichtstoename na castratie zegt zij: “Medisch gezien zie je dat er na castratie een andere spier/vet verhouding ontstaat. Ook als ze op gewicht blijven krijgen ze meer vet en minder spieren. Dat heeft op termijn nadelen omdat er dan meer kans is op rug en gewrichtsklachten. Ander nadeel is dat ze gemakkelijk te dik worden. Dat varieert ook per hond, soms is het bij Labradors echt onmogelijk om ze enigszins op gewicht te houden. Dat kan dan ook klachten als suikerziekte geven. Bij te dikke dieren (en mensen) vervetten de organen ook en ontstaan er laaggradige ontstekingen in het lichaam die van zichzelf niet echt duidelijk symptomen geven maar wel voor een minder goed werkend immuunsysteem zorgen en ook de kans op tumoren vergroot.”
Wilmy Verheul, kynologisch gedragstherapeut bij praktijk Kynologic, is erg terughoudend met het adviseren van castratie. Verheul: “Het is een directe ingreep op de hormoonhuishouding van de hond, onomkeerbaar en met een behoorlijke impact. Hoewel castratie nog vaak gezien wordt als hèt middel tegen alle kwalen mag duidelijk zijn dat er, om enig succes van een castratie te kunnen verwachten, zeker sprake moet zijn van gedrag dat een (sterke) mate van hormonale aansturing kent.” Hierbij moet men volgens haar denken aan hyperseksueel gedrag, niet meer willen eten, aanhoudend onrustig gedrag, ‘rijden’ op mensen en voorwerpen, en weglopen zodra er een loopse teef in de buurt is. Aangezien dit soort gedrag door castratie vrijwel zeker verdwijnt, zou zij in die gevallen castratie adviseren.
Bij agressie naar soortgenoten en dan met name naar reuen kàn castratie een vermindering van het ongewenste gedrag opleveren. Is er echter daarbij sprake van aangeleerd gedrag dat zich heeft kunnen vormen tot een ingesleten gewoonte dan zal alleen het wegnemen van de hormonale aansturing tot dit gedrag niet de volledige oplossing bieden. Hetzelfde geldt voor agressie naar mensen.
Verheul vult aan: “Bij agressie naar soortgenoten en mensen zal ik altijd eerst een chemische castratie adviseren – hiermee wordt de invloed van testosteron weggenomen en is in redelijke mate zichtbaar wat het effect van een chirurgische castratie zou zijn zonder dat een onomkeerbare ingreep is gedaan. Wanneer sprake is van angst geïndiceerde agressie zal ik castratie niet adviseren omdat door het wegnemen van het mannelijk geslachtshormoon een onzekere hond bepaald niet méér zelfzeker zal worden. Castratie zal averechts werken en het probleemgedrag verergeren.”
Dierenarts Rudy de Meester heeft er het volgende over te zeggen: “Castratie is aangewezen bij medische problemen en probleemgedragingen die duidelijk onder invloed staan van testosteron. Anderzijds is het wel zo dat het castreren van dieren met probleemgedrag en/of erfelijke ziekten aangewezen kan zijn om te vermijden dat deze dieren in de fokkerij zouden sluipen. Er is dus een onderscheid tussen castratie als behandelingsmethode op individueel niveau en als preventie op populatieniveau.”
Alternatieven
Een castratie is een onomkeerbare ingreep en het is dan ook zeker niet iets waar men makkelijk over moet denken. Gelukkig zijn er enkele alternatieven op de markt die een goed beeld geven van de effecten die een castratie kan hebben, zonder dat de hond hier gelijk levenslang aan vast zit. Zo kunt u in ieder geval uitproberen of het u en de hond bevalt en of het daadwerkelijk helpt bij het verbeteren van eventueel probleemgedrag. Ik heb het hier over chemische castratie, wellicht heeft u er al eens over gehoord. Door middel van een injectie krijgt de hond hormonen ingespoten die het testosterongehalte tijdelijk verlagen of zelfs helemaal stil leggen. Een ander groot voordeel van chemische castratie is dat er geen narcose nodig is. Zeker voor honden die een verhoogd anesthesie-risico hebben, is dit een uitkomst. Tot voor kort werd er vooral gebruik van het middel Tardak. Dit wordt echter nauwelijks nog gebruikt vanwege de vaak ernstige bijwerkingen die gerapporteerd werden. Bovendien werkt Tardak hooguit twee maanden. Het is daardoor erg moeilijk goed gefundeerde uitspraken te doen over de gedragsveranderingen die optreden.
Nu is er echter het implantaat Suprelorin op de markt. Suprelorin bevat de werkzame stof desloreline, welke de werking nabootst het natuurlijke hormoon gonadotrofine, of GnRH, nabootst. Dit hormoon zorgt ervoor dat de productie van testosteron voor ongeveer een half jaar wordt stil gelegd, hoewel er ook een mogelijkheid is om dit met een ‘zwaarder’ (9,4 mg) implantaat op te rekken naar een jaar. Daarna kan er eventueel een nieuw implantaat worden ingebracht. Het implantaat wordt via een holle naald onder de huid ingebracht, net zoals een identificatiechip. Na het inbrengen geeft het implantaat voortdurend kleine hoeveelheden desloreline af.
Gedragstherapeut Wilmy Verheul:”Je kunt door het gebruik van Suprelorin een redelijke inschatting maken van het effect die een chirurgische castratie op de hond zal hebben. Werkt de chemische castratie niet dan mag de kans dat een operatieve ingreep wel gaat werken klein geacht worden. Een dergelijke ingreep kan dan achterwege gelaten worden.
Als ondersteuning bij gedragstherapie kan Suprelorin een goed hulpmiddel zijn. Door de invloed van testosteron – tijdelijk – te onderdrukken en de ‘scherpe kantjes’ er wat van af te halen zou een hond, afhankelijk van het probleemgedrag, wat beter toegankelijk kunnen zijn voor het ombuigen van probleemgedrag.”
Men moet er rekening mee houden dat er de eerste weken juist sprake is van een toename in de hoeveelheid testosteron waardoor ook de kans op agressie toeneemt. Na die eerste weken zal dit echter weer afnemen. Na ongeveer zes weken zou het implantaat helemaal naar behoren moeten werken en zou de reu tijdelijk onvruchtbaar moeten zijn. De eerste zes weken mogen reuen die dit implantaat geïnjecteerd hebben gekregen dus nog niet in aanraking komen met loopse teefjes!
Suprelorin is een veilige, en volgens de meeste dierenartsen zeer goede optie om eens te ervaren hoe de hond reageert op onvruchtbaarheid. Het is echter de vraag in hoeverre Suprelorin echt helpt bij agressie problemen. De bijsluiter meldt: “Gegevens tonen aan dat behandeling met het product het libido van de hond zal verminderen, maar andere gedragsproblemen (bijvoorbeeld agressie bij reuen) zijn niet onderzocht”. Toekomstig onderzoek zal hier hopelijk meer uitsluitsel over kunnen geven. Er is helaas ook nog geen onderzoek gedaan naar het effect van dit middel op honden die de puberteit nog niet hebben bereikt. Het is daarom aan te raden te wachten met implantatie tot de hond de puberteit heeft bereikt. Verder zijn er slechts weinig bijwerkingen bekend bij het gebruik van Suprelorin. De enige bijwerking die genoemd wordt, is het optreden van een matige zwelling op de implantatieplek.
Op welke leeftijd?
De trend om honden op steeds jongere leeftijd te laten castreren, het zogenaamde ‘early age neuturing’, is komen overwaaien uit de VS. Dit beleid wordt daar om redenen van geboortebeperking behoorlijk gestimuleerd. Soms worden pups zelfs al gecastreerd voordat zij het nest verlaten! Er zijn enkele voordelen verbonden aan dit vroege castreren. Zo heeft de reu bijvoorbeeld geen kans om al te mannelijk of hyperseksueel gedrag te ontwikkelen. Maar, zo zegt Tannetje Koning, castratie op zeer jonge leeftijd geeft een extra anesthesie risico doordat de nieren en lever nog niet optimaal werken bij dieren onder een jaar. “Natuurgeneeskundig gezien geeft het dus een ophoping van afvalstoffen die weer huidklachten of een minder goed werkend immuunsysteem kunnen veroorzaken.
Wilmy Verheul: “Dat getracht moet worden om een overschot aan honden te voorkomen is een feit. Om dat op deze manier te doen vind ik discutabel: hormonen hebben een grote invloed op het lichamelijk en geestelijk volwassen worden van een hond. Door castratie op een zodanig jonge leeftijd toe te passen ontneem je de hond de mogelijkheid om op een normale manier volwassen te worden. Je kunt je afvragen in hoeverre dat ethisch te verantwoorden is.”
Rudy de Meester voegt hier nog aan toe dat de honden in de VS procentueel niet minder problemen hebben dan de honden in Nederland. Hij vindt dat het daarom eerst eens goed bestudeerd moet worden voor er definitieve conclusies over getrokken worden. Ook hij plaatst echter de kanttekening dat hij het ‘persoonlijk kan waarderen wanneer een dier minimaal een zekere mate van volwassenheid bereikt’.
Tot slot moet worden opgemerkt dat het op vroege leeftijd castreren gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het skelet van de hond. De groeischijven sluiten later waardoor de honden minder bespierd raken. Daarnaast groeien de jonge reutjes langer door in de hoogte. Er ontstaan dan langere, maar ook lichtere botten. Dit heeft ook effect op het uiterlijk; de honden zullen er enigszins slungelig uit gaan zien.
Met dank aan:
T. Koning, holistisch dierenarts R. de Meester, dierenarts W. Verheul, kynologisch gedragstherapeut


