Een hele tijd geleden werd er door wetenschappers een levendige en vaak ook felle discussie gevoerd die ook wel bekend staat als het ´Nature versus Nurture´ debat. Het debat had betrekking op de vraag welke van de twee het meeste invloed had op ontwikkeling, gedrag en persoonlijkheid; nature (genen/aanleg) of nurture (omgevingsfactoren/opvoeding). Vooral in de jaren ´50, ´60 en ´70 van de vorige eeuw was de genetica niet erg populair en wilden de meeste sociale wetenschappers bewijzen dat omgevingsinvloeden vele malen belangrijker waren dan genetische factoren. Zo werd onder andere beweerd dat intelligentie voornamelijk een aangeleerde eigenschap is.
Inmiddels wordt er geen strikt onderscheid meer gemaakt tussen de beide componenten; er wordt nu algemeen geaccepteerd dat ze allebei een even belangrijke rol spelen. Na een hele poos te zijn ondergesneeuwd, wordt het belang van de genetica dus weer volledig onderkend. Dit is onder andere te merken aan de enorme vooruitgang op het gebied van genetisch onderzoek. Als we nu kijken naar de evolutie van de hond, zien we dat natuurlijke selectie nauwelijks meer een rol speelt. Genetica is ervoor in de plaats gekomen; er wordt bewust gefokt op uiterlijk en gedrag. Het is de mens die tegenwoordig de meeste invloed heeft op de ontwikkeling van de soort. Hierdoor zijn er vele verschillende rassen ontstaan, en elk ras heeft weer zijn eigen rasspecifieke kenmerken.
Ik zal u hier verder niet gaan lastig vallen met Mendelse regels en dergelijke (naar Gregor Mendel, ook wel beschouwd als de grondlegger van de genetica), hoe interessant deze ook zijn. Waar ik echter op wil wijzen, is dat we de betekenis van het feit dat erfelijkheid een grote rol speelt niet mogen onderschatten. Het heeft immers gevolgen voor zowel fokkers, voor de eigenaren van een toekomstige pup, als ook voor de honden zelf. Voor een fokker is het bijvoorbeeld van groot belang dat hij goed kijkt naar eventuele erfelijke ziektes, maar ook naar de gezondheid en de karaktereigenschappen van de honden die voor nakomelingen moeten zorgen.
Voor de toekomstige pupeigenaar is het belangrijk dat hij op de hoogte is van de specifieke eigenschappen van het ras dat hij op het oog heeft. Daarnaast is het verstandig de beide ouderdieren minstens één keer te zien en hierbij goed op hun gedrag te letten. Een reu die agressief staat te blaffen achter een hek, of juist angstig terugdeinst als iemand hem wil aanraken, zou wellicht al wat vragen moeten oproepen. Wees ook op uw hoede voor broodfokkers! De kans dat u hier een gezonde en evenwichtige pup vandaag haalt is niet erg groot. Maar daarover meer in een latere column.
Door rekening te houden met de eigenschappen die het dier door zijn afkomst en ras bij zich kan dragen, kunnen we wellicht al enkele toekomstige problemen voor zijn. Dit natuurlijk niet zeggen dat de hond niet alsnog ongewenst gedrag kan ontwikkelen. Daarom zijn opvoeding en de omgeving waarin het dier opgroeit ook minstens zo belangrijk. Met de juiste training en begeleiding is er heel veel mogelijk!
Het is heel verleidelijk te vallen voor het uiterlijk van een pup. Maar een goed doordachte beslissing en een besef van het belang van zowel ´nature´ als ´nurture´, geven absoluut een verhoogde kans op een geslaagde baas-hond combinatie en een verlaagde kans op toekomstig probleemgedrag.



